De goede herder

Ds. Chantal Schaap

Wie is God? Wie is Jezus?
En daar aan voorafgaand de vraag: wie ben ik?
Als christenen kunnen we de vraag: ‘Wie ben ik?’ niet los zien van de vraag: ‘Wie is God?’ ‘Wie is Jezus?’

In het licht van God en van Jezus kunnen we zelf zien wie we zijn als christen, of in ieder geval wie we proberen te zijn.

Gods naam betekent: Ik ben er, Ik ben bij je, Ik zal er zijn voor jou. Jezus geeft de naam van God gestalte. In verbondenheid met de Vader, laat Jezus zien wat Gods naam betekent. In verschillende eigenschappen, beelden en gelijkenissen laat Jezus een stukje van Gods aanwezigheid zien. Vragen we aan Jezus wie Hij is, dan horen we de bekende ‘Ik ben…’ uitspraken. Het meest bekend is misschien wel: ‘Ik ben de goede herder.’ Maar ook: ‘Ik ben de ware wijnstok.’ ‘Ik ben het licht der wereld.’

Jezus gebruikt verschillende beelden om te laten zien wie Hij is. Zo geeft Hij gestalte aan de naam van God: Ik ben, Ik ben er, Ik ben erbij, Ik zet me voor je in, Ik wil je Herder zijn, je Licht, je band met God. Ik roep je bij je naam, net zoals de herder de schapen bij hun naam noemt. De goede herder heeft het belang van zijn schapen op het oog. De schapen weten dat en daarom volgen ze hem. De schapen weten dat, omdat ze de stem van de echte herder kennen. Omdat hij hen bij hun naam roept. Ook ons wil Jezus bij onze naam noemen, ons roepen als zijn schapen. En dan vinden we een antwoord op de vraag wie we ten diepste zijn:
we zijn schapen, door Jezus bij onze naam genoemd en geroepen om bij zijn kudde te horen, opdat we Hem volgen, opdat we een onderdeel van zijn kudde gaan vormen.
Dat verandert de vraag van ‘Wie ben ik? ’ in ‘Wie zijn wij?’.
Een kudde, dat ben je niet alleen, dat ben je samen als groep, als gemeente. Dat verandert veel dingen. Dan worden de schapen ineens medeeigenaars en zelf ook herders. In navolging van Jezus is het dan ook zaak om voor andere schapen te zorgen en om er aan te werken om de kudde bij elkaar te houden en te zorgen dat de kooi bewoonbaar blijft.

En dan zijn er nog schapen, die niet van deze kudde zijn, die er ook bij mogen horen en dat ook mogen weten. Dat zal hen verteld moeten worden. Dat zijn maar een paar van de taken van de gemeente van Christus. Juist in die gemeente krijgen we de kans om op zoek te gaan, om te vinden en te groeien. Samen met anderen, christenen of niet, mogen we ons richten op de samenleving en vooral daar mogen we het woord in praktijk brengen, daar kunnen we handen en voeten aan het evangelie geven.

Jezus vraagt ons om elkaars herder te zijn, om naar elkaar om te kijken en samen een kudde te vormen in zijn naam. Elkaars herder zijn betekent niet alleen op de eigen groep gericht zijn, maar betekent juist oog hebben voor de ander die buiten de groep valt, die in de verdrukking is, die minder bedeeld is, want ook die hoort erbij.
Laten we Jezus volgen door elkaars goede herder te zijn!