God ontvangen

Ds Chantal Schaap


KB2015.10-01“Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt niet mij op, maar hem die mij gezonden heeft.”
Marcus 9: 37
De eeuwenoude Bijbelverhalen, die we steeds opnieuw lezen, kunnen soms ineens weer heel actueel worden. Ze tonen ons vaak een diep inzicht in de aard van de mens, toen en nu. Marcus blijkt veel mensenkennis te hebben en dat maakt dat we onszelf gemakkelijk in zijn verhalen kunnen herkennen. Zo ook in dit vers. Het komt ineens dichtbij, bijna akelig dichtbij en komt tot leven in alle beelden van vluchtelingen, die ons dagelijks via de media bereiken. We worden er bijna letterlijk door aangeraakt. Een eeuwenoud Bijbelvers dat tot leven komt en plotseling dichtbij komt. Zomaar een zin, één van de vele uitspraken van Jezus. Misschien voor velen zelfs een beetje raadselachtig. We weten niet precies wat Jezus er mee heeft bedoeld. Wie kan zulke woorden echt begrijpen? Wie neemt wie op? Waar gaat dit eigenlijk over?
Vaak horen of lezen we lastige, grote, moeilijke woorden, die veel vragen oproepen en die moeilijk te vatten zijn. Maar het zijn in ieder geval woorden die ons wijzen op de weg naar Gods Koninkrijk. Woorden die de wereld vaak radicaal anders bekijken en omdraaien. Jezus laat ons zien dat het gaat om dienstbaarheid. Dienstbaarheid aan elkaar en aan God. Hij roept ons op om nederig te zijn, om ons huis en ons hart voor anderen te openen, voor de kleinen en kwetsbaren van onze wereld. Wie kwetsbaar en machteloos is, wie niet mee lijkt te tellen, die gaat bij God voorop.
De eerste wordt de laatste en de laatste wordt de eerste in Gods Koninkrijk. Het gaat erom wie dienstbaar is, wie oog en aandacht voor de ander heeft. Het gaat erom wie opkomt voor hen die niet voor zichzelf op kunnen komen. Wie zo leeft, ontvangt Jezus, en wie Jezus ontvangt, ontvangt degene die Jezus gezonden heeft. God komt vaak juist tot ons in wie niet meetelt. God komt tot ons waar liefde en gerechtigheid hun plaats hebben en waar mensen in Gods Geest met elkaar leven.
Het is soms zo verleidelijk of zo makkelijk om je schouders op te halen en te denken dat je toch niets kunt doen, dat het toch niets uitmaakt. Wat kan één mens nu voor verschil maken?
Dat is niet wat Jezus ons voorhoudt. Jezus plaatst een kind in ons midden, dat wil zeggen: iemand zonder stemrecht, zonder macht of zeggingskracht, om ons de ogen te open, in de hoop dat we niet weg kijken. In de hoop en het vertrouwen dat wij, als zijn volgelingen, zijn stem gehoor zullen geven. Jezus zegt ons het kind in ons midden te ontvangen, te omarmen, stem te geven, wie dat kind ook mag zijn. Misschien is dat kwetsbare kind een vluchteling, een zieke, een arme, een werkloze of een psychiatrisch patiënt.
Alleen door dat kind te ontvangen kunnen we God ontvangen.