Ik ga op reis en ik neem mee…

Ds Chantal Schaap

KB1407_1

In de zomermaanden trekken veel mensen er op uit. Ze gaan op vakantie en maken een reis. ‘Op reis gaan, daar bereid je je op voor. Vaak verwacht je er veel van en je hoopt een fijne tijd te gaan hebben. Het leven heeft ook iets in zich van onderweg zijn, op reis zijn, van trekken door dalen en over bergtoppen. We komen hindernissen tegen op ons pad, want het is geen gemakkelijke reis. Soms gaan we over onbegaanbare wegen. We zijn onderweg door het leven.

“Ik ga op reis en ik neem mee…”: een bekend spelletje voor onderweg. Dan gaat de reis sneller voorbij. Maar als je echt op reis gaat en het geen spelletje is, dan kan het soms aardig wat stress opleveren. Op vakantie gaan betekent alles inpakken. Wat moet er mee? Wat laten we thuis? Wat mag ik niet vergeten?

“Ik ga op reis en ik neem mee…”. Jezus stuurt mensen op reis net zoals God dat doet. Abram werd op weg gestuurd naar het beloofde land. Mozes reisde af naar Egypte om het volk Israël te gaan bevrijden. De profeten stuurde God erop uit om gerechtigheid te verkondigen onder de mensen. God roept mensen in zijn dienst en stuurt hen erop uit. Ze worden aan het werk gezet. God zendt mensen met een opdracht, met een doel voor ogen. De Bijbel geeft ons daarvan vele voorbeelden, dus is het ook niet verrassend dat Jezus zijn leerlingen op reis stuurt. Ook zij krijgen een opdracht mee: “Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb.”

De leerlingen worden op pad gestuurd om de blijde boodschap van het evangelie te gaan verkondigen. Ze gaan uit om Gods woord door te vertellen aan de anderen. Ze gaan op reis. Wat moeten ze meenemen? Wat hebben ze nodig voor deze reis?
De leerlingen van Jezus hoeven zich geen zorgen te maken over hun levensonderhoud. Ze hebben geen overtollige bagage nodig, geen ballast op hun schouders. Ze reizen licht zou je kunnen zeggen. Ze hoeven maar één ding te doen: de opdracht uitvoeren die Jezus hen heeft meegegeven.

Die missionaire opdracht hebben wij allemaal ontvangen. Ook wij mogen erop uit gaan. Dat hoeft niet eens zo ver weg te zijn. Ook dichtbij zijn er genoeg mensen, die we ontmoeten op onze reis door het leven. Mensen die we mogen helpen en nabij mogen zijn. Mensen die net als wij verlangend uitkijken naar Gods vrede en genade. 
Onze reis door het leven is niet altijd gemakkelijk, maar als je kracht zoekt bij God, dan blijkt er altijd een weg te zijn. Dan is er een weg om de hindernissen te doorstaan. Met God als reisgenoot kun je verder, met vallen en opstaan en sta je er niet alleen voor. Bovendien zijn er vele mensen die met ons meetrekken. Gelukkig maken we de reis niet alleen. 

Als wij op reis of op vakantie gaan, bereiden we ons goed voor en nemen we alles mee wat we nodig hebben. Als we op weg gaan, gezonden door God met zijn Woord, dan hebben we aan heel weinig genoeg. “Ik ga op reis en wat moet ik meenemen?” Daar hoeven we ons geen zorgen om te maken. We reizen licht, met God als onze reisgenoot. Hij voorziet ons en de mensen die we tegen komen op onze weg voor de reis. We mogen op weg gaan met de belofte van zijn vrede en genade.