Voorwoord


door Femke Besançon

Beste Gemeente,

In mijn persoonlijke leven haal ik graag de uittocht uit Egypte aan als metafoor voor de eerste stap naar een belangrijke verandering. Vluchten voor een tyran. In de haast je brood niet eens laten rijzen en als je op het laatste moment alsnog op de hielen wordt gezeten, maken dat je wegkomt op je laatste krachten. En dan… een wonder: God splijt de zee. Je kan er door, de zee sluit zich weer en je bent gered.

Moeten vluchten of, zoals in ons leven: een concreet doel bereiken. Maar als datgene gelukt is waar je naar streefde… als je op adem bent gekomen en eens rustig om je heen kijkt, wat zie je daar? Is alles dan meteen goed of begint het dan pas? De Israëlieten moesten nog 40 jaar door de woestijn toen de zee zich weer achter hen sloot en ze veilig waren voor de Egyptenaren.
40 jaar woestijn…

In de woestijn is veel tijd en ruimte. En waar ruimte en tijd is, is ook gelegenheid om na te denken, terug te kijken, vetes uit te vechten en de vinger te leggen op zere plekken die ontstaan zijn tijdens de periode waarin er geen tijd was om de blaren te verzorgen die we, nu daar gelegenheid voor is, ineens gaan voelen.

Tijdens het afgelopen jaar hadden wij een aantal belangrijke doelen voor ogen. Zaken die niet voor iedereen prettig waren om onder ogen te zien.
Hierdoor ontstonden er situaties die emotioneel pijnlijk waren. We waren gehecht aan de oude Pastorie, we konden niet meer zoveel voor de gemeente doen als we vroeger konden en zagen met lede ogen aan dat diegenen die het over namen het op een andere manier deden. We waren best verdrietig dat onze predikant vertrok. We waren er nog niet aan toe dat er luchtiger met Eredienst en Liturgie omgesprongen werd dan we gewend waren of we zouden juist wel wat meer vrijzinnigheid zien en ondanks meerdere opmerkingen gebeurde dit niet. We hadden niet de overgave “echt deel uit te maken van de gemeente“, of kregen soms de indruk dat we niet gezien of serieus genomen werden.

We kregen het gevoel niet meer mee te tellen; datgene wat voor ons altijd de norm was geweest bleek niet voor anderen zo te zijn en waar wij voor stonden werd zomaar onder de voeten gelopen. Of zo voelde het soms. Maar… we moesten door, dus we zeurden niet want de gemeente moest blijven bestaan en daar deden we het voor.

Nu de rust is teruggekeerd – we gaan de zomer in met een nieuwe pastorie en een predikant in het vooruitzicht – zijn die vervelende gevoelens niet ineens weg. Misschien voelt u ze juist wel meer de laatste tijd.

Vaak heb ik die 40 jaar woestijn gezien als een zware tocht die onverwachts nog volgt als je eigenlijk dacht dat je klaar was. Je energie is op, je had hier niet op gerekend en je hebt het idee dat je dit er niet bij kunt hebben. God stuurde Manna om te overleven in de woestijn toen de Israëlieten beseften
dat hun voedselvoorraad niet toereikend was voor deze lange tocht: Elke ochtend lag er genoeg om je honger mee te stillen. Je kon er geen voorraad van aanleggen. Je moest het opeten als het er lag. Genieten van het moment en erop vertrouwen dat er altijd weer nieuw zou komen. Genoeg voor de hele tocht, genoeg voor iedereen.

De woestijn is een plek waar je niet zonder anderen kunt overleven. Je moet hier samenwerken. Daarom lieve gemeente, vraag ik u om te proberen elkaars Manna te zijn. Bied eens een onverwachts luisterend oor aan iemand waarmee u weinig op denkt te hebben. Open uw hart eens en vertrouw uw gevoelens toe aan iemand waarvan u liever heeft dat hij of zij denkt dat u sterker bent dan dat. Laat uzelf zien, zie elkaar en ga in gesprek. Gebruik de ruimte, pak de Manna als het er ligt en voel hoeveel liefde wij nog over hebben als we datgene vergeven hebben wat eigenlijk niet zo erg blijkt te zijn geweest.

Vriendelijke groeten,
Femke Besançon