Voorwoord, maart 2018


door Ds Ruth van der Waall-Schaeffer

Beste Gemeente,

Midden in de veertigdagentijd komen we aan in maart. De veertigdagentijd, de „lijdenstijd“? Van verschillende predikanten hebben we de afgelopen weken boodschappen van hoop en verwachting gehoord. Arie-Jan van der Bom ging op 18 februari zelfs zo ver om alvast over de Emausgangers te preken omdat het in deze tijd belangrijk is om te weten en in het oog te houden wat er komen gaat: waar lopen we naar toe, waar doen we het voor?

Op 24 maart lazen we Marcus 9 en hoorden we in de preek van Hans Baart dat de plek die Marcus kiest in zijn evangelie om dit verhaal te plaatsen bijzonder is. Marcus had ook kunnen kiezen voor een „eind goed al goed“ en dit verhaal van voortleven juist na het verhaal van de opstanding kunnen plaatsen. Op deze manier had hij het kunnen gebruiken als bewijs van de mooie afloop. Door het middenin het evangelie te beschrijven, gebruikt Marcus volgens ds Baart de belofte van Jezus als een voorbeeld van hoop. Hoop die samengaat met ongeloof, maar ook met opwinding. Jezus neemt na de ervaring op de berg Petrus, Jacobus en Johannes weer mee naar beneden, de berg af. Het dagelijks leven weer in.

Hans Baart legt uit dat ook wij soms even naar de top gaan, of dat nu in gedachten is, in verlangen of in werkelijkheid. De „Top“ dat kan werkgerelateerd zijn, dat kan een hoogtepunt in je relatie zijn, een heel gelukkig moment in de familie of, om het maar even op onze gemeente te betrekken, onverwachts een volle kerk. Dat we altijd weer terugkomen, afdalen. De droom naar promotie blijkt niet uit te komen, liefde verwatert eenbeetje, de familie verliest elkaar weer een beetje uit het oog.

Dat goede nieuws bleek toch niet waar. Maar bij het afdalen, zegt Hans Baart, nemen we wel de hoop in ons hart mee. Of, dat zouden we moeten doen. Hoop dat datgene wat we op die top gezien hebben, mogelijk is. Misschien…

Wie vast in de veertigdagentijd vraagt zich misschien met mij af hoe we een parallel kunnen trekken tussen de onszelf opgelegde soberheid in de veertigdagentijd en deze boodschappen van hoop en verwachting in spirituele zin van het woord. Sommige mensen drinken geen alcohol, eten geen koek en snoep. Anderen gaan nog verder. Het schijnt onder jongeren in Nederland erg hip te zijn om tot Pasen niet op de sociale media te verschijnen. Of in elk geval om zich dat voor te nemen.

Veertig dagen is best lang zonder chocola, vooral als de winkels vol liggen met paaseitjes. Is dit een tijd van hoop? Hoop naar wat? Dat er nog eitjes over zijn als ik weer chocola mag? Dat je virtuele imago nog overeind is als je veertig dagen niks gepost hebt? Dat dit alles wat je jezelf ontzegt je dusdanig inzicht zal brengen dat het je naar de top zal leiden? Welke top? En is het niet de bedoeling om tijdens het vasten te proberen iets dichter bij de Eeuwige te komen? Weet iemand hoe dat precies moet? Een idee om volgend jaar misschien met de volwassenen uit de gemeente ook een veertigdagenproject te doen om op deze vragen iets dieper in te gaan? Het antwoord in deze vacante periode is nog altijd hetzelfde: Je loopt op de zaken vooruit, voor dit soort ideeën hebben we eerst een predikant nodig…

In maart hebben wij nog één kandidaatpredikant in ons midden. Het vervolg van de beroeping en de procedure die volgt op het proefpreken van de verschillende kandidaten zal aan onze leden per nieuwsbrief worden meegedeeld.

Nu dan de diensten van maart, waarin we weer nieuwe inzichten mogen krijgen over de veertigdagentijd (en nieuwe vragen zullen hebben…):Op 4 maart mogen wij ds. Erwin de Fouw in ons miden verwelkomen. Ter inleiding van de dienst schrijft hij:

Op 4 maart is het de derde zondag van de veertigdagentijd. Die zondag wordt ‘Oculi’ genoemd (‘Ogen’), naar de verzen 15 en 16 uit het keervers/de antifoon bij psalm 25, de klassieke intochtspsalm voor die zondag: “Ik houd mijn ogen gericht op de Heer, Hij bevrijdt mijn voeten uit het net.” Daarmee is de blikrichting van deze zondag al gegeven: richt de ogen van het geloof verwachtingsvol op God en hij zal je bevrijding schenken. De lezingen volgens het oecumenisch leesrooster zijn uit het Eerste Testament Exodus 20: 117 (de tien geboden) en als evangelielezing Johannes 2, 1322 (de tempelreiniging). Op het moment van schrijven weet ik nog niet hoe ik mijn preek precies zal vormgeven. Mogelijk betrek ik de brieflezing voor deze zondag, Romeinen 7: 1425, er nog bij, waar het gaat over de spanning tussen de wet van God en de menselijke wil. Uitdagend is die tekst in ieder geval! En de andere zijn het niet minder, ook al klinken ze ons wat bekender in de oren.