Ruth van der Waall-Schaeffer
Stappen zetten
Ruth van der Waall-Schaeffer
Stappen zetten
Ruth van der Waall-Schaeffer
De kracht van groei en bloei
Het licht van het begin. Op Pasen begin je opnieuw, je begint vooraan bij de eerste dag, de eerste dag van de week, bij de moed van het begin. Daarom wordt met Pasen ook vaak over de schepping gelezen en daarbij het verhaal van de opstanding. Het licht gaat over ons op in de morgen van deze eerste dag. Het wil ons omvatten en dragen. Op tillen uit onze verlorenheid, ons zichtbaar maken voor elkaar. Het licht doet ons elkaar aankijken. We kunnen gaan leven in het vertrouwen dat het licht het eerste en het laatste woord is van de Levende.
Maar duisternis is om ons heen. We hoeven maar om ons heen te kijken, kranten te lezen, de tv aan te zetten en we zien dat het kwaad nergens voor terug schrikt. Hoe zouden we ons kunnen toevertrouwen aan het licht? Ook de evangelist Johannes laat niet na te vermelden dat het nog donker was toen Maria uit Magdala op de eerste dag van de week naar het graf van Jezus ging. Johannes spreekt veel over ‘licht’ en ‘duisternis’, het moet wel meer betekenen dan een terloopse tijdsaanduiding. Het is de duisternis van ‘geen weg meer zien’. Soms lijken er nauwelijks meer wegen te zijn naar vrede in onze wereld. Eerlijke onderhandelingen halen weinig of niets uit. Duisternis overheerst. Wat is dan nog Paasgeloof? Dat is ‘en toch’ zeggen. Wegen willen gaan om elkaar te bereiken, wegen vinden waar geen wegen meer lijken te zijn. Pasen zegt dat het niet hoeft te blijven steken bij het doodse, bij de gemiste kansen, de mislukte pogingen. Dat er met God altijd weer nieuwe wegen gevonden kunnen worden. ‘Met God’, daar bedoel ik mee, dat we erop mogen vertrouwen dat het spoor van Mozes, de profeten, van Jezus en allen die dit spoor gevolgd hebben, dat dit uiteindelijk niet doodlopend zal zijn. Het is een spoor van liefde, liefde sterk als de dood. Paasgeloof wil zeggen dat je blijft vertrouwen dat het licht ons blijft aanstoten.
* afbeelding Mark Rothko (foto Ruth van der Waall)
Ruth van der Waall-Schaeffer
Verwachting
Ruth van der Waall-Schaeffer
Schoonheid
Ruth van der Waall-Schaeffer
Schoon
Ruth van der Waall-Schaeffer
Broodnodig
Ruth van der Waall-Schaeffer
Glimlach
Ruth van der Waall-Schaeffer
Expositie
De kunst van geloven, geloven in de kunst. Dit is het jaarthema van de ERN. Ook kunst kan een boodschap uitdragen, inspireren, uitdagen. Er is een relatie tussen de taal van geloven en de taal van kunst.
Daarom ga ik graag naar exposities. Ook vind ik het boeiend in steden/dorpen rond te lopen om te ontdekken hoe de geschiedenis voortleeft in het heden, hoe mensen toen leefden en hoe nu, om daar een beeld van te krijgen.
Onlangs was ik een paar dagen in Berlijn, een stad waar door vele kieren de geschiedenis van Nazi-tijd en DDR nog doorsijpelt. Bijzonder is dat in de aanloop naar en tijdens de oorlog kunstuitingen doorgaan. Dat is van grote waarde omdat zowel bij geloven als bij kunst het om een andere manier van kijken gaat. Kijken om te gaan zien. Na mijn excursie naar Berlijn kwam ik opeens de naam van kunstenaar Hendrik Nicolaas Werkman tegen. Ik pakte vervolgens het boek “Chassidische Legenden” uit mijn kast, een door Werkman geïllustreerde bundel verhalen van de joodse filosoof/bijbelkenner Martin Buber. Deze is uitgegeven midden in de Tweede Wereldoorlog bij de illegale uitgeverij De Blauwe Schuit, die Werkman samen met een paar anderen had opgezet als verzet tegen het nazisme. Dat heeft hem ook zijn leven gekost, want vlak voor het einde van de oorlog is hij gearresteerd en met negen anderen op 10 april 1945 gefusilleerd door de Duitsers. Één van de afbeeldingen gaat over het vieren van de Sabbat. Werkman wilde juist in oorlogstijd en tijdens het verzet laten zien wat kernwaarden in het leven zijn. Want waarom vier je sabbat?
Abraham Joshua Heschel zegt hierover: “Heschel spreekt over sabbat houden als het binnentreden van het ‘paleis in de tijd’ en over de sabbatdag als de ‘architectuur van de tijd’. Zes dagen per week begeven we ons in de ‘wereld van de ruimte’. Dat is de wereld van het materiële bestaan, van economie en techniek. Dan zijn we in de ban van het overwinnen van de ruimte; mens-zijn is erop gericht ‘onze macht in de wereld van de ruimte te versterken’. Echter, één dag per week is er om de ‘heiligheid in de tijd’ te vieren en het paleis van de tijd binnen te treden – dat is de sabbat.”
Essentieel is ook dat we leren leven vanuit de rust. Niet keihard zes dagen vliegen en draven en vervolgens hijgend een dagje lusteloos zijn, nee, de kracht van het vieren, het genieten van de rustdag neem je mee de week in.
Laten we een blik werpen op de afbeelding “Sabbat der eenvoudigen”.
Een eenvoudige tafel, een stoel en een gele driearmige kandelaar en vooraan een dansend paar.. Normaal hoort er wijn op tafel te staan en liggen er twee sabbatsbroden (verwijzing naar het manna in de woestijn), en ander eten. Waarom deze ontbreken weten we niet. Misschien vanwege de honger in de oorlog? De lege stoel is in het joodse geloof bedoeld voor Elia die wellicht langs komt. Een lege stoel voor een onverwachte gast, voor de vluchteling en vreemdeling die een beroep doet op onze gastvrijheid. De kandelaar geeft overvloedig licht. Het licht dat de duisternis verjaagt, denk aan Genesis 1. Er is groen in de kamer, kleur van nieuw leven, de man is in zwart gekleed, de vrouw draagt al groen en pakt de hand vast van de man. Zo gaan ze samen dansen.
Twee hoekige mensen, hij oud donker en stram, zij ook oud, maar speels, in groen gekleed, zij dansen de zevende dag, tegen een achtergrond van licht. Zij dansen omdat er licht is in hun huis, dat zij elkander kunnen zien; zij dansen dat er groot licht beloofd is, dat er een toekomende wereld zal zijn. Zij dansen de vreugde van die wereld, waar zwoegen en bezitten en bezit vermeerderen, rijkdom, armoe en tranen, niet meer zullen zijn. Zij dansen de bestemming van de mens: dat hij niet om te jagen en gejaagd te worden in het leven geroepen is… *
Het licht van de sabbat proberen vast te houden, vierend en dansend, elkaars ogen zien, zodat we niet ten onder gaan aan vruchteloos pessimisme en somberheid. Samen een paleis in de tijd bouwen in het nieuwe jaar.
*Huub Oosterhuis schreef deze regels bij de prent ‘Sabbat van de eenvoudigen’ van H.N Werkman.