Het verbaasde me niet dat lied 715 “Zoals de halmen buigen in de wind” geschreven is door een Fransman, de dichter-predikant Henri Capieu (1909-1993). Als ik naar mijn huis in Zuid-Frankrijk rijd, doorkruis ik een heuvelachtig landschap met eindeloze velden waarop haver, rogge, tarwe groeit. Dat zie je niet meer zo in Nederland. Capieu gebruikt concrete beelden uit de natuur om zichtbaar te maken waar het om gaat in het geloof.
De halmen buigen in de wind. Vanuit mijn auto zie ik de wind over de goudgele aren strijken, naar één kant. Heel sensueel.
De wind is een Bijbelse metafoor voor de Geest; in het Hebreeuws – de taal van het Oude Testament – de Ruach die alles tot leven, in beweging brengt. Zoals de halmen aangeraakt worden door de wind, zo kan diezelfde wind, de Geest, ons mensen aanraken, inspireren. Het is een wederzijdse ontmoeting, een uitnodiging mee te buigen naar God toe, te bidden met één mond.
Toch gaat het niet altijd zo.
Mensen buigen niet zomaar mee in de richting van God. Laat staan dat ze bidden met één mond. Het is soms gemakkelijker met alle winden mee te waaien. Dan is het nodig dat de wind, Gods wind, gaat opsteken. Dat hij niet een zachtstrelend briesje is, maar krachtig blaast.
De mensen worden door elkaar geschud, raken met elkaar in de klit om uiteindelijk weer met elkaar verbonden te worden. De franse tekst is speelser: “dans un heureux désordre ton esprit nous lie à tous et à chacun des tiens”. In een gelukkige wanorde verbindt jouw Geest (die van God) ons met iedereen en met elk van de jouwen.
Het kan ook gebeuren dat de wind hard gaat waaien in je persoonlijk leven. Meebuigen kan dan bijna breken worden. Een naaste kan je dan tot steun zijn zodat je niet afknapt.
In couplet 3 en 4 gaat het concreet over oogst. Het koren groeit om honger van mensen te stillen. Je kunt hierbij ook de vraag stellen: ’wat is de oogst van mijn leven? Dien ik tot voedsel? Hebben mijn inspanningen zin gehad? Het gaat bij oogst niet om grootse dingen, maar om stille aandacht, gebaren van liefde en zorg. Als de wind van God erover heen geblazen heeft, zal ons leven vruchtbaar zijn. “Dan bloeit de aarde in uw zonneschijn… en vrede zal er zijn”.

Over een paar weken vangt een nieuw jaar aan. Het is méér dan het omslaan van een kalenderblad.
Het is ook een uitnodiging om te zaaien in vertrouwen, te investeren in wat goed en mooi is. Een nieuw begin om de grond van ons leven los te maken, zodat iets wortel kan schieten.
Daar is misschien lef voor nodig. En elkaar! Elkaar bemoedigen, en vertrouwen dat juist in stilte zaad van vrede en liefde kan ontkiemen.

Kerst spant de kroon, dan Pasen, maar Pinksteren krijgt veel minder aandacht. En dat betreft niet alleen de commercie. Eerlijk gezegd heb ik niet zoveel met Kerst, om het modieus uit te drukken. Pasen, ja absoluut, en dan betrek ik de hele Stille week erbij. Pasen raakt sterker aan mijn leven.
Het licht van het begin. Op Pasen begin je opnieuw, je begint vooraan bij de eerste dag, de eerste dag van de week, bij de moed van het begin. Daarom wordt met Pasen ook vaak over de schepping gelezen en daarbij het verhaal van de opstanding. Het licht gaat over ons op in de morgen van deze eerste dag. Het wil ons omvatten en dragen. Op tillen uit onze verlorenheid, ons zichtbaar maken voor elkaar. Het licht doet ons elkaar aankijken. We kunnen gaan leven in het vertrouwen dat het licht het eerste en het laatste woord is van de Levende.
De kunst van geloven, geloven in de kunst. Dit is het jaarthema van de ERN. Ook kunst kan een boodschap uitdragen, inspireren, uitdagen. Er is een relatie tussen de taal van geloven en de taal van kunst.
Stilte heeft allerlei toonaarden. Als ik alleen in alle vroegte met mijn hond, op het wijdse strand van Terschelling loop, is het er stil. Heel stil. Je hoort weliswaar het geluid van de golven, de wind, maar dat is anders.
Er wordt wat af gecommuniceerd… denken we… Maar is dat zo?
Wie het begin van Matteüs 28 leest en herleest, zal het opvallen dat zowel de engel (de boodschapper) als Jezus zeggen: naar Galilea.
“Weet u, soms moet ik een warme douche nemen om zoiets als een arm om mijn vermoeide schouders te voelen”, zei iemand tegen mij. We hadden een gesprek over troost en tederheid.
Ik weet precies welke boeken thuis in het zuiden staan, maar als ik dan na lange tijd weer voor die kasten sta, word ik opnieuw verrast en kijk blij rond alsof ik in een boekwinkel ben. Mijn ogen dwaalden langs de titels om inspiratie op te doen voor het nieuwe jaarthema ‘Wat of wie draagt je? Resonantie en Respons’. Ik pakte het boek dat mijn man Hein Schaeffer samen met mij schreef ‘Geloven in niemandsland, naar een eigen spiritualiteit.’ (1988, uitg. Ten Have), en dat van rabbijn Jonathan Sacks ‘De kracht van ideeën’ (2022 uitg. Kok ).


verzenden...