Pasen, feest van de zacht-moedig-heid

Ruth van der Waall-Schaeffer,
april 2022

Zacht, zachtheid, heeft dikwijls een negatieve klank. Sentimentaliteit komt al gauw om de hoek kijken, zeker als we de Engelse naam gebruiken ‘soft’. Maar zachtheid is juist een kracht om het leven te veranderen, om het leven sterker te maken. Daarom is het woord ‘ zachtmoedigheid’ ook zo mooi. De moed om zacht te zijn.
Is er in de wervelwind van alledag, waarin de eisen van prestatie en succes steeds tirannieker worden, nog plaats voor zacht en zachtmoedigheid?

De filosofe en psychologe Anne Dufourmantelle (ze verdronk op 53 jarige leeftijd toen ze twee kinderen uit de wilde zee probeerde te redden) is overtuigd van het belang, de rijkdom en de kracht van zachtmoedigheid in de wereld van vandaag. Juist in een tijd waarin prestatievermogen en zelfs agressiviteit in het optreden steeds meer de boventoon voeren. Zachtheid staat veraf van zacht of slap zijn, is vooral een kracht, een kracht om het leven te transformeren. Daarbij worden ook alle zintuigen betrokken zoals de tast, aanraking, smaak, geuren en geluiden. Zachtmoedigheid heeft de kracht om “traumatische ontwrichting” om te zetten in schepping, in het creëren van het nieuwe, van een ommekeer, van hoop.
“Zachtmoedigheid kan een belangrijke kracht zijn in het verzet tegen onderdrukking, of die nu politiek of psychisch van aard is,” schrijft ze. In feite is, denk ik, zachtmoedigheid revolutionair. Zachtmoedigheid kenmerkt zich door tedere daadkracht. Je hebt het lef (het hart) om betrokken te worden bij onrecht dat gebeurt en waarvoor mensen verantwoordelijk zijn.

Jezus wordt een zachtmoedig mens genoemd. Maar laten we van Hem alstublieft geen ‘softe’ mens maken. Maar het accent op ‘moedig’ leggen. Zijn zachtmoedigheid was en is revolutionair. Daagde en daagt uit tot verandering. En zijn zachte blik trok mensen terug in het leven. Tijdens zijn leven nam hij het op tegen kwade geesten, ziekten, natuurgeweld, schijnheiligheid, maatschappelijke uitsluiting en uitbuiting. Met zachtmoedigheid brak hij de macht van het kwaad.
Met Pasen vieren we dat de weerklank van zachtmoedigheid het sterkste is. Sterker dan de dood.

Waarom verbergt u uw gezicht?


Ruth van der Waall-Schaeffer,
februari 2021

De weg naar Pasen is er één van ontmaskering

Ook kerkelijk leven kan aan ‘mode’ doen. Als ik in een boekhandel ben op de afdeling theologie en spiritualiteit, dan zie ik dat er nogal wat boeken over de Bijbelse Job verschenen zijn. Speelt de tijdgeest hierin een rol m.b.t corona en alles wat door dit virus veroorzaakt werd zoals eenzaamheid, burn-out van overbelaste zorgmedewerkers, depressie bij jongeren, en daarbij de klimaatcrisis? Dan kan het verhaal van Job juist goed gelezen worden. Immers de Jobstijding is alom aanwezig. Ik weet dat ik nu wat aan het badineren ben. Heeft vast te maken met het feit dat ik van kindsaf de neiging heb dat ik niet vanzelfsprekend mee wil doen als iedereen het doet. Ik hing mijn kamer bijv. dus niet vol posters van de Beatles of the Monkees. En als rood in de mode is, draag ik graag een andere kleur.

Desalniettemin heeft de aandacht voor Job me aan het denken én vooral aan het studeren gezet.

Hoe zit het met dat geduld van Job? Moeten we daar blij mee wezen? In het Midden-Oosten wordt een kameel -een lastdier- vadertje Job genoemd… Is Job een identificatiefiguur voor ons? Sluiten we ons aan bij de woorden van de filosoof Kierkegaard: ‘Ik heb je nodig Job, ik heb iemand nodig die zich luid weet te beklagen. Beklaag je gerust. God is niet bang, Hij kan zich best verdedigen’?

Job zegt (hdst.13:24) tegen God ‘Waarom verbergt u uw gezicht?’ Ik zou tegen Job willen zeggen: ‘Waarom verberg jij (cq. wij) je gezicht voor God?’. Zijn God en mens niet elkaars partners? Moeten we elkaar dan juist niet aankijken, in de ogen zien?! Wordt het niet tijd voor ontmaskering? En Job, wie is eigenlijk jouw/onze God? Over wie en wat hebben we het als we het over God hebben? Een belangrijke vraag toen voor Job en nu ook voor u en mij!

In de veertigdagentijd (eerste zondag is op 6 maart) zal ik o.a preken over Job. Niet vanwege Job en het lijden, maar de weg naar Pasen is er één van ontmaskering. Misschien leren we Job beter kennen, God en misschien ook wel onszelf.

Wie muziek wil beluisteren over een tekst uit: Job 1:21

Hij zegt:
Naakt trok ik weg
uit de schoot van mijn moeder
en naakt keer ik daarheen terug (Naardense Bijbel)

Met beide benen op de grond


Ruth van der Waall-Schaeffer,
december 2021

Jesaja, abdijkerk van Souillac
Jesaja, afgebeeld op de gevel naast de deur van de abdijkerk van Souillac, Frankrijk (12e eeuw). Het bijzondere is dat hij hier loopt, bijna dansend.

Advent is een tijd van wachten … wachten op de Levende die ons tegemoet komt. Zoals beloofd door de profeten. Misschien is het wel het meest bijzondere van de christelijke traditie dat God ons ontmoet in het gewone alledaagse van ons leven. Zoals James Irwin, een van de twaalf mannen die op de maan liep, zei: “Het meest bijzondere is niet dat de mens op de maan liep, maar dat Gods Zoon op de aarde liep.“ Het moet niet zo zijn dat het doel van godsdienst zou zijn om de mens naar God te laten opklimmen, hem boven zijn gewone, dagelijkse werkelijkheid te doen uitstijgen. De beweging is omgekeerd, het is God die neerdaalt. Als wij door een of andere geestelijke oefening of ascese proberen boven onze menselijke werkelijkheid uit te stijgen, lopen wij het risico elkaar in de lift tegen te komen: wij proberen omhoog te gaan en de Levende neemt de tegenovergestelde weg en daalt naar ons toe af. Om de Levende te ontmoeten, moeten we dus met beide benen op de grond blijven staan. Advent betekent: dat wat op ons toekomt, van de andere kant. Advent vieren doen we om staande te blijven tussen hoop en vrees, ook tussen hoop op vrede en vrees voor oorlog. De Levende wil een kracht in ons zijn – om hoe dan ook – de tegemoetkoming het te doen winnen van alles wat onze wereld bedreigt, om ploegscharen te stellen boven zwaarden (Jesaja 2:4)

Leven met God in Frankrijk (deel 2 over Calvijn)


Ruth van der Waall-Schaeffer, oktober 2021

Actuele waarden

‘Wij zijn altijd onderweg,’ schrijft Calvijn in één van zijn werken, ‘gelovigen zijn op aarde op doorreis.’ Ook letterlijk klopt het wat Calvijn stelt, Franse protestanten hebben een geschiedenis van veel reizen. Vaak moest men vluchten en/of emigreren. Calvijn is zelf ook een pelgrim geweest, steeds weer op de vlucht. Hij heeft heel wat kilometers afgelegd. Ook Franse predikanten moeten als je in de ‘campagne’ woont heel wat rondtrekken. In de jaren dat ik als interim in het huidige Occitanie werkzaam was voor de Franse protestantse kerk heb ik heel wat langs ‘s Heren wegen gependeld. Gelukkig had ik een TomTom… Verloren tijd dat gereis? Nee, want al rijdend dacht ik door op de gesprekken, bedacht ik een opening voor een kerkenraadsvergadering, en ook genoot ik van het landschap in alle jaargetijden.

Liturgie in het land van Calvijn

De eredienst van Franse protestanten is wat traditioneler dan in veel kerken in Nederland. Tegelijkertijd is de kerk in Calvijn’s geboorteland minder klerikaal. De liedbundels van de Eglise Protestante Unie de France (EPUdF) bevatten psalmen en gezangen; de teksten zijn naar mijn idee meer piëtistisch van aard en het draait vooral om mijn persoonlijke relatie met God, met Jezus. Ik vind er vooral de sfeer terug uit de Nederlandse bundel uit 1938 en die van Johannes de Heer. Calvijn hield zelf beslist van zingen, want je geloof uit je mede door de zang. Mijn ervaring met liturgie is dat men hier minder kritisch is. De meeste in Nederland geschoolde pastores proberen liederen te zoeken passend bij de lezingen en preek. Ook is er geen vernieuwende liturgische beweging geweest zoals Nederland die heeft gehad. Ik noem namen als Ida Gerhardt, Huub Oosterhuis, Jan Wit, Willem Barnard,Sytse de Vries etc. Daarbij komt dat in het Zuiden een liturgie die neigt naar het Rooms- Katholieke met argwaan bekeken wordt. De (kerk)geschiedenis werkt nog steeds door. Ook heeft het Nieuwe Testament een meerwaarde, de preken gaan veelal over het evangelie. Enerzijds is de liturgische vormgeving wat traditioneel van aard, anderzijds is de PKN, in de praktijk althans, formeler dan in het land van Calvijn. Er is een kerkenraad, maar bijvoorbeeld geen ouderling van dienst die de voorganger de hand drukt. Een toga dragen mag, maar men is er vrij in. Een witte toga met een stola in de liturgische kleur- zoals in Nederland – is zeker een stap te ver vanwege de associatie met de priester. Ook een Paaskaars is geen algemeen gebruik. Een drempel om deel te nemen aan het Avondmaal heb ik weinig ervaren. Wekelijks het Avondmaal vieren, zoals Calvijn wilde, is een brug te ver. Toch kreeg ik in Narbonne alle ruimte om rituelen, symbolen te gaan gebruiken in de liturgie. Als je maar uitlegt waarom. Immers ‘leren’ stond bij Calvijn hoog in het vaandel. Hij leerde zelf ook voortdurend. Toen hij in Straatsburg verbleef, bleek hij de aangewezen persoon te zijn voor een gesprek met andersdenkenden en met Rome. Hij kon helder argumenteren en zijn visie is actueel:’ Eenheid van de kerk zit hem niet in de organisatie, maar in het feit dat de gelovigen één zijn in het geloof. Het gaat om de binnenkant. Ook erkende hij van meet af aan de doop van de RK-kerk. Een gelovige hoort zelfstandig te kiezen op grond van de Bijbel. Hij was van mening dat voorgangers ook beeldend moeten kunnen preken: ’Wie koud is, is niet geschikt.’ En: ‘ook een predikant blijft leerling.’ Ik ben blij – in navolging van o.a Calvijn- dat de protestantse kerken het essentieel vinden dat een predikant blijft studeren en dat de gemeente daar ruimte voor hoort te scheppen. Ieder moet nieuwe inzichten kunnen verwerven, is het devies: ecclesia semper reformanda (de kerk moet zich steeds weer hervormen).

In Frankrijk is er scheiding van kerk en staat. De protestanten zijn zeer gehecht aan de wet van 1905. Deze wet biedt vrijheid om kerkdiensten te houden en er is vrijheid van geweten. Een andere belangrijke wet is die van 1901: de kerk is ingebed in een ‘association cultuelle’. Het biedt een juridisch kader. Elke plaatselijke kerkelijke gemeente moet een voorzitter, secretaris en penningmeester hebben. Deze taken worden door de kerkenraad behartigd. Jaarlijks wordt er een Assemblée Générale gehouden waar men opening van zaken geeft wat betreft de begroting en het beleid. Als de Associatie erkend is, geeft deze ook bijv. belastingaftrek voor giften.

God in Frankrijk: het groeten houdt aan

Calvijn signaleerde in zijn tijd van leven iets wat ook voor ons in 2021 tot nadenken stemt. Hij heeft langer buiten Frankrijk gewoond dan in zijn geboorteland. Calvijn vond onder andere dat de ware dienst aan God uit Frankrijk vertrokken was. Toch zou hij verrast zijn als hij zou zien wat er allemaal gedacht is over God in Frankrijk door u en mij, door filosofen, theologen etc, en hoe men de ene voet voor de andere heeft gezet om het groeten aan te houden en hoe we godsbeelden hebben moeten loslaten om juist God te vinden.
We zullen letterlijk en figuurlijk onderweg moeten blijven, in beweging, ons hart open om zo misschien te horen of de Ene God tot ons spreekt.

Leven met God in Frankrijk


Ruth van der Waall-Schaeffer, juli 2021

Wonen in Frankrijk, dat moet toch wel geweldig zijn: ’leven als God in Frankrijk’. Zeker als één van je woonplekken te midden van wijngaarden en olijfbomen is, dan nader je toch het ‘Rijk Gods op aarde’. En wonen in de lichtstad is ook niet gek. Maar hoe is het om te leven en te werken mèt God in Frankrijk, met de erfenis van Calvijn die hier geboren is? Is dat wel mogelijk? Gaat het bourgondische leven samen met een calvinistische levensstijl?

Puntbaardje
Als je aan Calvijn denkt, verschijnt als vanzelf zijn beeltenis op je netvlies: een oude man, mager, streng gezicht, puntbaardje. Geen type waar je gezellig een glas wijn mee drinkt. Een heel verschil met Luther: een rondborstige man die iets uitstraalt van een gezellige monnik met een biertje. Daarmee is tegelijkertijd een karikatuur geschapen van Calvijn. Calvinistische karaktertrekken zoals je die hoort en ziet in Nederland, zijn in Frankrijk niet aan de orde. Een calvinistische levensstijl? Niet hier. Woorden als zuinigheid, verhef je niet boven het maaiveld, op tijd naar bed, het vlees is zondig, zondagsrust… ik herken er niets van in al die jaren dat ik in het land van Calvijn woon. Een ‘bible belt’ is er evenmin. Het orthodoxe protestantisme kreeg in Frankrijk minder voet aan de grond dan in de lage landen.

Languedoc / inquisitie
Hier zijn wij met ons gezin in 2002 neergestreken en het overgrote deel is van katholieke huize. Omdat men dus weinig of geen protestanten ontmoet, merk ik nog steeds – als ik weer even in het Zuiden verblijf – interesse in wat dat protestant zijn nu eigenlijk is: ‘Jullie hebben geen geloof in Maria hè?’ Over het celibaat zijn we het gauw eens, dat mag veranderen. En dat ik als vrouw als pastor/predikant werkzaam ben, op gelijkwaardige wijze, is iets wat vele RK geloofsgenoten graag in hun kerk ook zouden willen zien. Hoe ze me moeten aanspreken? ‘Madame le pasteur’ hoor ik meestal, soms zelfs ‘ma mère’ als variant op het katholieke ‘mon père’ tegen de pastoor.
Opvallend is dat de (kerk) geschiedenis nog zo doorwerkt in dit deel van Frankrijk. Er is zoveel bloed gevloeid, de jaren van de inquisitie zijn niet vergeten. De oudere protestanten zijn zeer bewust van hun wortels en stralen dit ook uit. Er hangt in de huizen altijd wel een Hugenotenkruis of ze dragen een Hugenotenkruisje aan een ketting. In de kerkelijke gemeente van mijn jeugd, plus het gegeven dat ik in een sfeer van oecumene opgegroeid ben in de jaren 60 en 70, kwam ik dit symbool nauwelijks tegen. Toen ik belijdenis deed, kreeg ik zo’n kettinkje. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat ik het weinig draag.
Kort voordat ik voor de ERN Parijs ging werken, leidde ik een begrafenis van een protestantse man in de RK dorpskerk. Zijn weduwe was RK. Zij koos omwille van haar man voor een ‘echt’ protestantse dienst ook al deed ik die samen met de pastoor. Die vond dit trouwens erg leuk want zoiets maakte hij niet elke dag mee. De kosteres vroeg wat zij allemaal weg moest halen van het altaar, want bij protestanten is immers alles leeg. Overigens mocht er van de familie geen paaskaars branden: dat was te rooms. Dat is hier in Parijs gelukkig anders! Tijdens de gedachtenisdienst kon ik goed zien wie wat was: de protestanten droegen een Hugenotenkruisje en de katholieken een medaillon met Maria- beeltenis. Calvijn zou met het laatste niet gelukkig geweest zijn. Na de begrafenis dronken we een glas wijn (nee, geen koffie met cake) en dàt was vast wel bij de reformator in de smaak gevallen. Volgens Calvijn had God de wereld met geen ander doel geschapen dan dat de mens er gelukkig zou worden en dat hield onder andere in: genieten van lekker eten en heerlijke wijn. “Mensen hebben weliswaar genoeg aan water, zei hij, maar God heeft toch wijn gegeven om ons vrolijk te maken.” We lezen het in zijn institutie. Calvijn was een bijbelkenner, dus dit had hij vast uit Prediker gehaald.

Museum
Mocht u op vakantie zijn in de Languedoc, bezoek dan het ‘Musée du désert’ te Mialet. Het museum wil de geschiedenis herdenken en levend houden van de periode dat Lodewijk XIV in 1685 het ‘Edict van Nantes’ introk tot het jaar 1787 want toen werd het ‘edict van de tolerantie’ van kracht. In deze zgn. Woestijntijd mochten de calvinisten geen kerken bezitten, noch kerkdiensten houden. In het onherbergzame gedeelte van de Cevennen met vele grotten werden clandestiene diensten gehouden. Daar bevindt zich nu het ‘Musée du desert’.

Actuele waarden
Het strenge, politieke regime was niet alleen van invloed op het religieuze leven, maar raakte tevens het bestaan van alledag. Veel Hugenoten vluchtten, o.a naar Nederland. Jaarlijks komen er zo’n 12000 protestanten naar ‘Le Désert’ voor de ‘Assemblée générale’. Het doel is het vieren van godsdienstvrijheid, zich bewust te blijven van de erfenis die men in 1789 (Franse Revolutie) ontvangen heeft: spirituele en culturele vrijheid en vrijheid van geweten. Vervolgens: hoe breng je deze waarden over, hoe ga je anno 2021 met de verworvenheden om. In een regiokrant Occitanië las ik : « les Protestants ont porté en France l’idée même de modernité : la promotion du libéralisme, de l’entreprenariat, la valeur du travail, la fin du despotisme, les idées de liberté et d’égalité des droits, l’accès à l’éducation des femmes et le droit à leur émancipation ou encore la naissance du concept de laïcité. »
Uiterst actueel, lijkt me, in een Europa waar men deze waarden opnieuw moet onderzoeken in samenwerking met vertegenwoordigers m/v van andere godsdiensten. Hoe ga je om met de scheiding van kerk en staat nù? En kunnen de oorspronkelijke uitgangspunten van Luther en Calvijn in onze tijd nieuw leven ingeblazen worden met het oog op deze discussie? ‘L’esprit de résistance’ bestaat die nog?

Eigen geweten
Doctrinaire regels van Calvijn zijn voor de protestanten in Frankrijk minder van belang dan in Nederland. Vrijheid van geweten en godsdienst zijn hier de kernwaarden. Daarmee zit je dicht bij Calvijn. Ook bij hem ging het beslist ook om je eigen geweten ten overstaan van God. Daar komt niemand en niets tussen.

Deel 2 over ‘Leven met God in Frankrijk’ verschijnt in de volgende Kerkbrief.

 

“Cent mille chansons”


Ruth van der Waall-Schaeffer, juni 2021

‘God slaapt in de steen, Hij ademt in de plant, Hij droomt in het dier en Hij ontwaakt in de mens’, dicht een Oosterse wijsgeer Rumi.
Gods Geest is in alles wat bestaat. In alles is Zijn Geest scheppend aanwezig: daardoor bestaat het. Sluimerend aanwezig in alles, ontwaakt God in ons. De mens is de plaats waar de Levende ontwaakt, waar Hij aktief wordt. Maar dit gaat niet vanzelf. De Levende wordt ook tegengewerkt.
De wereld waarin wij leven probeert ons te verleiden Hem te begraven in onszelf, Hem te bedelven onder wat wij belangrijk vinden. En dat is vaak slecht voor onze medeschepselen. Het eigenbelang groeit door tegen de Geest van de Levende in te gaan.
Dit loopt uit op Babelse toestanden. Voor mensen in Babel (‘wirwar’ betekent het) was dit het belangrijkste: ’Laat ons een toren bouwen, waarvan de top tot in de hemel reikt.’ Ze waren niet tevreden om hier op aarde alleen maar een plaats te zijn waar de Levende kan ontwaken in een aandachtig leven. Ze wilden naar Hem opklimmen, de hoogte in. Ze wilden niet ‘maar’ mens zijn. Ze wilden de Levende ontmoeten door de aarde achter zich te laten. Maar zo gaat het niet. Wij leven hier op aarde temidden van stenen, planten, dieren en mensen. En hier in ons gewone leven wil de Levende gevonden worden, als we Hem de kans geven in ons te ontwaken. In Babel zocht men het in de hemel in plaats van op de aarde, in de ijle lucht en niet in het lief en leed van de mensenwereld. Elkaar in de ogen kijken en dan zie je een mens, beeld van God.
Met die blik, die manier van kijken, houdt Babel op. Geen wirwar meer. Maar ontmoeting. Er zullen dan 100 000 liederen klinken zoals in 1968 Frida Boccara zong in haar lied ‘Il y aura cent mille chansons’:
Cent mille horizons devant nous / Partagés de bonheur
Tout étalés de nos coeurs… Et tes yeux et mes yeux / Dans un océan d’amour.

Prioriteit aan het leven


Ds. Ruth van der Waall-Schaeffer, mei 2021

In 2018 kreeg ik van mijn dochters het boekje ‘Vers une sobriété heureuse’ van Pierre Rabhi. Rabhi (1938) is schrijver, filosoof en ecologisch boer. Hij schreef dit ruim voordat het Covid-virus uitbrak. In het afgelopen jaar verscheen hij regelmatig in de krant of op tv met zijn getaand gezicht met lachrimpels. Op deze plaats wil ik iets van zijn gedachten ter overweging meegeven. “Laten we onze ogen openen voor wat er nù gebeurt, zegt hij. Angst verkleint ons bewustzijn. Het is belangrijk om naar een grotere luciditeit te neigen waardoor we inspiratie vinden om te doen wat we moeten doen, zodat het leven eindelijk iets anders is, iets anders dan strijd, oorlogen, verdriet… De mislukking van onze systemen is dat we op zoek zijn naar geluk en dat we moeite hebben om het te vinden. Wij hebben niet de fundamentele waarden, die ons na aan het hart liggen, de buitengewone voldoening die wij in het leven voelen. En ik (Rabhi) citeer vaak deze anekdote van de visser: hij zit daar op het strand, hij is klaar met zijn werk, hij droogt zijn netten, en hij is stil. Een zeer serieuze heer komt langs, bekijkt de visser en zijn boot en zegt: ‘Meneer, is deze boot van u?’ ‘Ja’, antwoordt de visser. ‘Maar hij is een beetje klein, vind je niet? Je zou een grotere kunnen hebben’. De visser : ‘En dan?’ De man: ‘En dan zou je meer vis kunnen vangen’. ‘En dan?’ ‘En dan vang je zoveel vis, dat je een grotere boot koopt, en dan neem je mensen aan, en vang je nog meer vis en dan rust je uit’. ‘Nou, dat is wat ik aan het doen ben’, zegt de visser.”

Pierre Rabhi blijft optimistisch en natuurlijk krijgt hij de vraag of we na deze crisis van Covid toch weer niet teruggaan naar hoe het vroeger was. “In de eerste plaats is er een tastbare factor, namelijk dat wat we ook doen, we op een dag naar de aarde zullen moeten terugkeren als we willen blijven eten, en dus leven. De aarde is primordiaal, het is de matrix van het leven, dus zullen we ernaar moeten terugkeren.
En dan is er iemand aan wie ik zeer gehecht ben die Jezus van Nazareth wordt genoemd. Hij zei dat alleen liefde de kracht heeft om de wereld te veranderen. Ik heb het niet over onze
kleine liefdes, maar over liefde in de ruimste zin, liefde voor de bomen, liefde voor de vogels, liefde voor alles, alles wat ons gegeven is. Als ik zie dat we walvissen en olifanten uitroeien, dan doet dat iets met me… Ik ben getroffen door het feit dat we niet hebben geweten hoe dat alles lief te hebben, we hebben ons neergezet als roofdieren met onze eigen belangen als enig doel, de smaak voor winst, voor profijt… Liefde is de enige oplossing.
De economie weer op gang brengen, enz. enz., dat is de prioriteit van alle regeringen. Hoe kunnen we degenen die ons leiden duidelijk maken dat we het paradigma moeten veranderen?
Het is vaak te laat, maar er is ook vaak nog tijd. Als ik tegen mezelf zeg, ‘Het is te laat’, dan blijf ik in bed. Maar als ik tegen mezelf zeg: ‘Ja, er is veel schade, maar er is nog hoop’, dan doe ik mee met wat zal helpen om de dingen op te lossen. We hebben een leven te leiden, het heeft zijn grenzen, maar ieder mens heeft een aanwezigheid op deze planeet, wat doe ik met dit kapitaal?”

Van kijken naar zien


Ds. Ruth van der Waall-Schaeffer, april 2021

Kijk mee met het altaarstuk
met opstandingsverhalen van Sieger Köder*

Een drieluik.
Op het linkerpaneel: Jezus’ verschijning aan Petrus bij het aanbreken van de dag aan het Meer van Tiberias (Johannes 21). Na Jezus’ instructies in Jeruzalem (Mattheüs 28:7, 10) was Petrus met enkele andere discipelen naar huis
teruggekeerd en, niet wetend wat te doen, had hij zijn visnetten weer opgehaald.
Dat kleine zinnetje van Petrus: ’Ik ga vissen’, raakt me steeds weer. Het leven van alledag moet weer opgepakt worden. Ook al is het nog nacht. En dat de anderen dan zeggen ‘We gaan mee’. Het overweldigende wat ze hebben meegemaakt, delen ze samen. Ze waren op het meer toen een man vanaf de oever riep: “Hebben jullie iets te eten?” Zij hadden het niet. De man zegt dat ze hun netten nog een keer moeten uitwerpen, aan de andere kant, en als ze dat doen, komt er een enorme vangst. Waarna Petrus uitroept: “Het is de Heer!” Petrus bedenkt zich geen moment, duikt het water in om naar Jezus toe te zwemmen. De anderen volgen met de boot. Ze grillen een deel van de vis en gaan zitten om te eten.
Samen eten is een teken van verbondenheid, eenheid, als een echo op de levensstijl van Jezus.
Het paneel verwijst ook naar een eerdere gebeurtenis. Petrus die over het water naar Jezus liep en vervolgens, toen het vertrouwen in Jezus op een dieptepunt was, zonk.
Hij werd gered worden door Jezus’ uitgestrekte hand (Matteüs 14:22-33). De zon bovenaan geeft aan dat de nieuwe dag aanbreekt. De helderrode ochtendzon is er ook op het rechter paneel. Ook daar een ontmoeting. Hier Jezus en Maria Magdalena bij het lege graf. In Köder’s weergave loopt Maria door een zee van klaprozen – een rode bloem die symbool staat voor het offer – en ze schermt met haar hand haar ogen af voor de schittering van Jezus de opgestane. Hij van wie zij aanvankelijk dacht dat hij de tuinman was, is in werkelijkheid haar dierbare vriend en Heer.
Als je goed naar sommige grafstenen kijkt, zie je dat ze de namen en/of data van oorlogen dragen: “1914-1918”, “1939-1945”, “Vietnam”, “Biafra”. De laatste twee woedden nog steeds toen Köder dit schilderde. De kunstenaar was krijgsgevangene tijdens de Tweede Wereldoorlog, en onder het kruis dat die oorlog symboliseert, staat een door kogels getroffen soldatenhelm. Dat zou ook de Hebreeuwse tekens kunnen verklaren. Wellicht drukt Köder er mee uit dat er nog steeds veel kruisen opgericht worden, de dood van rechtvaardigen… En ik moet denken aan het boek ‘De laatste der rechtvaardigen’ van André Schwarz-Bart.
Het middenpaneel van het altaarstuk beeldt de Emmaüsgangers af als een soort Transfiguratie zoals op de berg Tabor. Lucas vertelt ons dat Jezus na zijn opstanding verscheen aan Cleopas en een andere niet met name genoemde discipel, die op weg waren van Jeruzalem naar huis; hun harten “brandden in hen” toen hij sprak over de Schriften, maar hun ogen werden pas geopend voor zijn ware identiteit toen hij tijdens de maaltijd het brood zegende en brak. Op het schilderij van Köder is Jezus’ gedaante nauwelijks waarneembaar door de rode gloed – hij is eigenlijk een lichtzuil. Köder schildert hem in het rood, de kleur van bloed, van passie, van het leven. Je ziet de verwondering die de twee Emmaüsgangers gevoeld moeten hebben toen ze zich realiseerden met wie ze aten.
Jezus verschijnt tussen Mozes, die een mand met manna vasthoudt (Exodus 16), en Elia, die een raaf met een stukje brood in zijn snavel teder vasthoudt : een verwijzing naar het feit dat hij in de woestijn op wonderbaarlijke wijze door God gevoed werd (1 Koningen 17:1-7). De figuur rechts van Elia zou Paulus (Saulus) kunnen zijn die op de weg naar Damascus van zijn paard is gevallen.
De schilderijen van Köder drukken een herkenbare aardse theologische en spirituele interpretatie uit van zowel bijbelse als abstracte thema’s. In zijn werk zie je uitdaging, woede, humor en diepe tederheid. En al kijkend ga je zien en worden er snaren in jezelf geraakt.

*Sieger Köder, geboren in Wasseralfingen (Baden-Württemberg), was krijgsgevangene in de Tweede Wereldoorlog. Hij volgde een opleiding als zilversmid en schilder en werkte enkele jaren als leraar in een middelbare school. Op zijn 41ste ging hij theologie studeren in Tübingen en werd priester gewijd in 1971. Hij combineerde zijn roeping als pastoor met zijn werk als kunstenaar en maakte talloze schilderijen, altaarstukken en gebrandschilderde ramen voor kerken in en buiten Duitsland. Foto: St. Stephen’s Church, Wasseralfinge, Allemagne.

Deuren


Ds. Ruth van der Waall-Schaeffer, maart 2021

Waar woont God? Het zijn niet alleen kinderen die deze vraag stellen. Ik weet niet wat u zou antwoorden. De één zou misschien zeggen dat God in je hart woont, weer een ander gaat ervan uit dat de kerk het huis van God is. Salomo bouwde een tempel voor de Heer om er voor altijd Zijn Naam te laten wonen. Zou Salomo ook een naambordje op de deur gehangen hebben: hier woont God?! Volgens het bijbelboek Openbaring is de tempel maar iets voorlopigs, totdat de tempel als huis van God niet meer nodig is.

Dat doet me denken aan een joods verhaal. De rabbi van Kotzk verraste enkele knappe geleerden eens met de vraag ‘Waar woont God?’ Ze lachten hem uit! Zo’n gemakkelijke vraag! En er kwam geen antwoord. De rabbi gaf toen zelf maar het antwoord: ‘God woont waar je hem binnenlaat’. Alle Bijbelboeken spreken van het verlangen van God om bij ons mensen te wonen. Hij is een mensengod, wil bij ons in de buurt zijn, in onze stad, in onze straat, in ons huis. Maar wat betekent dat dan als we God binnenlaten om bij ons te wonen? Durven we dat eigenlijk wel? Want als we Hem binnenlaten in onze stad, dan moeten we zijn licht laten schijnen op muren van beveiliging die nieuwe muren van geweld op roepen. Als we God binnenlaten in onze straat, dan moeten we zijn licht laten schijnen op onze buren die een andere huidskleur hebben. Als we God binnenlaten in ons huis, dan moeten we zijn licht laten schijnen op de mensen met wie we wonen, met andere ogen naar hen gaan kijken. God binnenlaten heeft te maken met een thuis maken voor elkaar, waar een mantel om je heen geslagen wordt. Gaan onze deuren open of houden we hen dicht?

Royaler gaan leven in de Veertigdagentijd


Ds. Ruth van der Waall-Schaeffer, februari 2021

Op 17 februari, Aswoensdag/Cendres, begint de veertigdagentijd. We leven veertig dagen toe naar Pasen (de zondagen worden niet meegeteld). In deze periode wordt ons gewezen op de kern van wat geloven is. Je zou kunnen zeggen dat het een groeitijd is, een tijd waardoor je wijzer en rijker wordt.

Nu zitten we al bijna een jaar min of meer in quarantaine (zit het woord ’quarante’ in = 40). Ons leven is drastisch ingeperkt op allerlei gebied. Niets is meer vanzelfsprekend. We kunnen niet meer plannen of activiteiten organiseren. Zomaar elkaar opzoeken? Zingen in de kerk? Na de dienst ergens een glas wijn drinken met elkaar? Op vakantie gaan? Open scholen?

Andere jaren zochten mensen naar een manier om soberder, kleinschaliger te leven in de veertigdagentijd. Om dit nu in 2021 ook te doen, met een gedeeltelijke of strikte ‘confinement’ en een ‘couvre-feu’ om 18 uur, klinkt bijna lachwekkend. We hebben het gevoel dat we al zolang onderweg naar Pasen zijn, naar vernieuwd leven. Naar opstanding.

En toch blijft het in de veertigdagentijd van 2021 ook om ‘omkeren’ gaan. Omkeren betekent ‘in de tegenovergestelde richting plaatsen’. Omkeren tot: keer ons om tot bevrijding, tot kleur in leven, tot warmhartigheid.

Misschien zou het goed zijn, juist in deze quarantaine, deze veertigdagentijd, royaler te gaan leven. Hiertoe om te keren.Royaler naar elkaar toe wat betreft aandacht, met denken aan. Een ‘harte-groet’ naar elkaar (kaart sturen bijv), een meelevend telefoontje, en als het zou mogen een uitnodiging voor de lunch, een wandeling na de kerkdienst als het weer lenteachtiger wordt. Elkaar in de veertigdagentijd tot zegen, dat wil zeggen tot groei zijn.

Een mooiere voorbereiding op Pasen is er niet.