Van kijken naar zien


Ds. Ruth van der Waall-Schaeffer

Kijk mee met het altaarstuk
met opstandingsverhalen van Sieger Köder*

Een drieluik.
Op het linkerpaneel: Jezus’ verschijning aan Petrus bij het aanbreken van de dag aan het Meer van Tiberias (Johannes 21). Na Jezus’ instructies in Jeruzalem (Mattheüs 28:7, 10) was Petrus met enkele andere discipelen naar huis
teruggekeerd en, niet wetend wat te doen, had hij zijn visnetten weer opgehaald.
Dat kleine zinnetje van Petrus: ’Ik ga vissen’, raakt me steeds weer. Het leven van alledag moet weer opgepakt worden. Ook al is het nog nacht. En dat de anderen dan zeggen ‘We gaan mee’. Het overweldigende wat ze hebben meegemaakt, delen ze samen. Ze waren op het meer toen een man vanaf de oever riep: “Hebben jullie iets te eten?” Zij hadden het niet. De man zegt dat ze hun netten nog een keer moeten uitwerpen, aan de andere kant, en als ze dat doen, komt er een enorme vangst. Waarna Petrus uitroept: “Het is de Heer!” Petrus bedenkt zich geen moment, duikt het water in om naar Jezus toe te zwemmen. De anderen volgen met de boot. Ze grillen een deel van de vis en gaan zitten om te eten.
Samen eten is een teken van verbondenheid, eenheid, als een echo op de levensstijl van Jezus.
Het paneel verwijst ook naar een eerdere gebeurtenis. Petrus die over het water naar Jezus liep en vervolgens, toen het vertrouwen in Jezus op een dieptepunt was, zonk.
Hij werd gered worden door Jezus’ uitgestrekte hand (Matteüs 14:22-33). De zon bovenaan geeft aan dat de nieuwe dag aanbreekt. De helderrode ochtendzon is er ook op het rechter paneel. Ook daar een ontmoeting. Hier Jezus en Maria Magdalena bij het lege graf. In Köder’s weergave loopt Maria door een zee van klaprozen – een rode bloem die symbool staat voor het offer – en ze schermt met haar hand haar ogen af voor de schittering van Jezus de opgestane. Hij van wie zij aanvankelijk dacht dat hij de tuinman was, is in werkelijkheid haar dierbare vriend en Heer.
Als je goed naar sommige grafstenen kijkt, zie je dat ze de namen en/of data van oorlogen dragen: “1914-1918”, “1939-1945”, “Vietnam”, “Biafra”. De laatste twee woedden nog steeds toen Köder dit schilderde. De kunstenaar was krijgsgevangene tijdens de Tweede Wereldoorlog, en onder het kruis dat die oorlog symboliseert, staat een door kogels getroffen soldatenhelm. Dat zou ook de Hebreeuwse tekens kunnen verklaren. Wellicht drukt Köder er mee uit dat er nog steeds veel kruisen opgericht worden, de dood van rechtvaardigen… En ik moet denken aan het boek ‘De laatste der rechtvaardigen’ van André Schwarz-Bart.
Het middenpaneel van het altaarstuk beeldt de Emmaüsgangers af als een soort Transfiguratie zoals op de berg Tabor. Lucas vertelt ons dat Jezus na zijn opstanding verscheen aan Cleopas en een andere niet met name genoemde discipel, die op weg waren van Jeruzalem naar huis; hun harten “brandden in hen” toen hij sprak over de Schriften, maar hun ogen werden pas geopend voor zijn ware identiteit toen hij tijdens de maaltijd het brood zegende en brak. Op het schilderij van Köder is Jezus’ gedaante nauwelijks waarneembaar door de rode gloed – hij is eigenlijk een lichtzuil. Köder schildert hem in het rood, de kleur van bloed, van passie, van het leven. Je ziet de verwondering die de twee Emmaüsgangers gevoeld moeten hebben toen ze zich realiseerden met wie ze aten.
Jezus verschijnt tussen Mozes, die een mand met manna vasthoudt (Exodus 16), en Elia, die een raaf met een stukje brood in zijn snavel teder vasthoudt : een verwijzing naar het feit dat hij in de woestijn op wonderbaarlijke wijze door God gevoed werd (1 Koningen 17:1-7). De figuur rechts van Elia zou Paulus (Saulus) kunnen zijn die op de weg naar Damascus van zijn paard is gevallen.
De schilderijen van Köder drukken een herkenbare aardse theologische en spirituele interpretatie uit van zowel bijbelse als abstracte thema’s. In zijn werk zie je uitdaging, woede, humor en diepe tederheid. En al kijkend ga je zien en worden er snaren in jezelf geraakt.

*Sieger Köder, geboren in Wasseralfingen (Baden-Württemberg), was krijgsgevangene in de Tweede Wereldoorlog. Hij volgde een opleiding als zilversmid en schilder en werkte enkele jaren als leraar in een middelbare school. Op zijn 41ste ging hij theologie studeren in Tübingen en werd priester gewijd in 1971. Hij combineerde zijn roeping als pastoor met zijn werk als kunstenaar en maakte talloze schilderijen, altaarstukken en gebrandschilderde ramen voor kerken in en buiten Duitsland. Foto: St. Stephen’s Church, Wasseralfinge, Allemagne.