Overdenking

Leven met God in Frankrijk (deel 2 over Calvijn)


Ruth van der Waall-Schaeffer, oktober 2021

Actuele waarden

‘Wij zijn altijd onderweg,’ schrijft Calvijn in één van zijn werken, ‘gelovigen zijn op aarde op doorreis.’ Ook letterlijk klopt het wat Calvijn stelt, Franse protestanten hebben een geschiedenis van veel reizen. Vaak moest men vluchten en/of emigreren. Calvijn is zelf ook een pelgrim geweest, steeds weer op de vlucht. Hij heeft heel wat kilometers afgelegd. Ook Franse predikanten moeten als je in de ‘campagne’ woont heel wat rondtrekken. In de jaren dat ik als interim in het huidige Occitanie werkzaam was voor de Franse protestantse kerk heb ik heel wat langs ‘s Heren wegen gependeld. Gelukkig had ik een TomTom… Verloren tijd dat gereis? Nee, want al rijdend dacht ik door op de gesprekken, bedacht ik een opening voor een kerkenraadsvergadering, en ook genoot ik van het landschap in alle jaargetijden.

Liturgie in het land van Calvijn

De eredienst van Franse protestanten is wat traditioneler dan in veel kerken in Nederland. Tegelijkertijd is de kerk in Calvijn’s geboorteland minder klerikaal. De liedbundels van de Eglise Protestante Unie de France (EPUdF) bevatten psalmen en gezangen; de teksten zijn naar mijn idee meer piëtistisch van aard en het draait vooral om mijn persoonlijke relatie met God, met Jezus. Ik vind er vooral de sfeer terug uit de Nederlandse bundel uit 1938 en die van Johannes de Heer. Calvijn hield zelf beslist van zingen, want je geloof uit je mede door de zang. Mijn ervaring met liturgie is dat men hier minder kritisch is. De meeste in Nederland geschoolde pastores proberen liederen te zoeken passend bij de lezingen en preek. Ook is er geen vernieuwende liturgische beweging geweest zoals Nederland die heeft gehad. Ik noem namen als Ida Gerhardt, Huub Oosterhuis, Jan Wit, Willem Barnard,Sytse de Vries etc. Daarbij komt dat in het Zuiden een liturgie die neigt naar het Rooms- Katholieke met argwaan bekeken wordt. De (kerk)geschiedenis werkt nog steeds door. Ook heeft het Nieuwe Testament een meerwaarde, de preken gaan veelal over het evangelie. Enerzijds is de liturgische vormgeving wat traditioneel van aard, anderzijds is de PKN, in de praktijk althans, formeler dan in het land van Calvijn. Er is een kerkenraad, maar bijvoorbeeld geen ouderling van dienst die de voorganger de hand drukt. Een toga dragen mag, maar men is er vrij in. Een witte toga met een stola in de liturgische kleur- zoals in Nederland – is zeker een stap te ver vanwege de associatie met de priester. Ook een Paaskaars is geen algemeen gebruik. Een drempel om deel te nemen aan het Avondmaal heb ik weinig ervaren. Wekelijks het Avondmaal vieren, zoals Calvijn wilde, is een brug te ver. Toch kreeg ik in Narbonne alle ruimte om rituelen, symbolen te gaan gebruiken in de liturgie. Als je maar uitlegt waarom. Immers ‘leren’ stond bij Calvijn hoog in het vaandel. Hij leerde zelf ook voortdurend. Toen hij in Straatsburg verbleef, bleek hij de aangewezen persoon te zijn voor een gesprek met andersdenkenden en met Rome. Hij kon helder argumenteren en zijn visie is actueel:’ Eenheid van de kerk zit hem niet in de organisatie, maar in het feit dat de gelovigen één zijn in het geloof. Het gaat om de binnenkant. Ook erkende hij van meet af aan de doop van de RK-kerk. Een gelovige hoort zelfstandig te kiezen op grond van de Bijbel. Hij was van mening dat voorgangers ook beeldend moeten kunnen preken: ’Wie koud is, is niet geschikt.’ En: ‘ook een predikant blijft leerling.’ Ik ben blij – in navolging van o.a Calvijn- dat de protestantse kerken het essentieel vinden dat een predikant blijft studeren en dat de gemeente daar ruimte voor hoort te scheppen. Ieder moet nieuwe inzichten kunnen verwerven, is het devies: ecclesia semper reformanda (de kerk moet zich steeds weer hervormen).

In Frankrijk is er scheiding van kerk en staat. De protestanten zijn zeer gehecht aan de wet van 1905. Deze wet biedt vrijheid om kerkdiensten te houden en er is vrijheid van geweten. Een andere belangrijke wet is die van 1901: de kerk is ingebed in een ‘association cultuelle’. Het biedt een juridisch kader. Elke plaatselijke kerkelijke gemeente moet een voorzitter, secretaris en penningmeester hebben. Deze taken worden door de kerkenraad behartigd. Jaarlijks wordt er een Assemblée Générale gehouden waar men opening van zaken geeft wat betreft de begroting en het beleid. Als de Associatie erkend is, geeft deze ook bijv. belastingaftrek voor giften.

God in Frankrijk: het groeten houdt aan

Calvijn signaleerde in zijn tijd van leven iets wat ook voor ons in 2021 tot nadenken stemt. Hij heeft langer buiten Frankrijk gewoond dan in zijn geboorteland. Calvijn vond onder andere dat de ware dienst aan God uit Frankrijk vertrokken was. Toch zou hij verrast zijn als hij zou zien wat er allemaal gedacht is over God in Frankrijk door u en mij, door filosofen, theologen etc, en hoe men de ene voet voor de andere heeft gezet om het groeten aan te houden en hoe we godsbeelden hebben moeten loslaten om juist God te vinden. We zullen letterlijk en figuurlijk onderweg moeten blijven, in beweging, ons hart open om zo misschien te horen of de Ene God tot ons spreekt.


Leven met God in Frankrijk


Ruth van der Waall-Schaeffer, juli 2021

Wonen in Frankrijk, dat moet toch wel geweldig zijn: ’leven als God in Frankrijk’. Zeker als één van je woonplekken te midden van wijngaarden en olijfbomen is, dan nader je toch het ‘Rijk Gods op aarde’. En wonen in de lichtstad is ook niet gek. Maar hoe is het om te leven en te werken mèt God in Frankrijk, met de erfenis van Calvijn die hier geboren is? Is dat wel mogelijk? Gaat het bourgondische leven samen met een calvinistische levensstijl?

Puntbaardje
Als je aan Calvijn denkt, verschijnt als vanzelf zijn beeltenis op je netvlies: een oude man, mager, streng gezicht, puntbaardje. Geen type waar je gezellig een glas wijn mee drinkt. Een heel verschil met Luther: een rondborstige man die iets uitstraalt van een gezellige monnik met een biertje. Daarmee is tegelijkertijd een karikatuur geschapen van Calvijn. Calvinistische karaktertrekken zoals je die hoort en ziet in Nederland, zijn in Frankrijk niet aan de orde. Een calvinistische levensstijl? Niet hier. Woorden als zuinigheid, verhef je niet boven het maaiveld, op tijd naar bed, het vlees is zondig, zondagsrust… ik herken er niets van in al die jaren dat ik in het land van Calvijn woon. Een ‘bible belt’ is er evenmin. Het orthodoxe protestantisme kreeg in Frankrijk minder voet aan de grond dan in de lage landen.

Languedoc / inquisitie
Hier zijn wij met ons gezin in 2002 neergestreken en het overgrote deel is van katholieke huize. Omdat men dus weinig of geen protestanten ontmoet, merk ik nog steeds – als ik weer even in het Zuiden verblijf – interesse in wat dat protestant zijn nu eigenlijk is: ‘Jullie hebben geen geloof in Maria hè?’ Over het celibaat zijn we het gauw eens, dat mag veranderen. En dat ik als vrouw als pastor/predikant werkzaam ben, op gelijkwaardige wijze, is iets wat vele RK geloofsgenoten graag in hun kerk ook zouden willen zien. Hoe ze me moeten aanspreken? ‘Madame le pasteur’ hoor ik meestal, soms zelfs ‘ma mère’ als variant op het katholieke ‘mon père’ tegen de pastoor.
Opvallend is dat de (kerk) geschiedenis nog zo doorwerkt in dit deel van Frankrijk. Er is zoveel bloed gevloeid, de jaren van de inquisitie zijn niet vergeten. De oudere protestanten zijn zeer bewust van hun wortels en stralen dit ook uit. Er hangt in de huizen altijd wel een Hugenotenkruis of ze dragen een Hugenotenkruisje aan een ketting. In de kerkelijke gemeente van mijn jeugd, plus het gegeven dat ik in een sfeer van oecumene opgegroeid ben in de jaren 60 en 70, kwam ik dit symbool nauwelijks tegen. Toen ik belijdenis deed, kreeg ik zo’n kettinkje. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat ik het weinig draag.
Kort voordat ik voor de ERN Parijs ging werken, leidde ik een begrafenis van een protestantse man in de RK dorpskerk. Zijn weduwe was RK. Zij koos omwille van haar man voor een ‘echt’ protestantse dienst ook al deed ik die samen met de pastoor. Die vond dit trouwens erg leuk want zoiets maakte hij niet elke dag mee. De kosteres vroeg wat zij allemaal weg moest halen van het altaar, want bij protestanten is immers alles leeg. Overigens mocht er van de familie geen paaskaars branden: dat was te rooms. Dat is hier in Parijs gelukkig anders! Tijdens de gedachtenisdienst kon ik goed zien wie wat was: de protestanten droegen een Hugenotenkruisje en de katholieken een medaillon met Maria- beeltenis. Calvijn zou met het laatste niet gelukkig geweest zijn. Na de begrafenis dronken we een glas wijn (nee, geen koffie met cake) en dàt was vast wel bij de reformator in de smaak gevallen. Volgens Calvijn had God de wereld met geen ander doel geschapen dan dat de mens er gelukkig zou worden en dat hield onder andere in: genieten van lekker eten en heerlijke wijn. “Mensen hebben weliswaar genoeg aan water, zei hij, maar God heeft toch wijn gegeven om ons vrolijk te maken.” We lezen het in zijn institutie. Calvijn was een bijbelkenner, dus dit had hij vast uit Prediker gehaald.

Museum
Mocht u op vakantie zijn in de Languedoc, bezoek dan het ‘Musée du désert’ te Mialet. Het museum wil de geschiedenis herdenken en levend houden van de periode dat Lodewijk XIV in 1685 het ‘Edict van Nantes’ introk tot het jaar 1787 want toen werd het ‘edict van de tolerantie’ van kracht. In deze zgn. Woestijntijd mochten de calvinisten geen kerken bezitten, noch kerkdiensten houden. In het onherbergzame gedeelte van de Cevennen met vele grotten werden clandestiene diensten gehouden. Daar bevindt zich nu het ‘Musée du desert’.

Actuele waarden
Het strenge, politieke regime was niet alleen van invloed op het religieuze leven, maar raakte tevens het bestaan van alledag. Veel Hugenoten vluchtten, o.a naar Nederland. Jaarlijks komen er zo’n 12000 protestanten naar ‘Le Désert’ voor de ‘Assemblée générale’. Het doel is het vieren van godsdienstvrijheid, zich bewust te blijven van de erfenis die men in 1789 (Franse Revolutie) ontvangen heeft: spirituele en culturele vrijheid en vrijheid van geweten. Vervolgens: hoe breng je deze waarden over, hoe ga je anno 2021 met de verworvenheden om. In een regiokrant Occitanië las ik : « les Protestants ont porté en France l’idée même de modernité : la promotion du libéralisme, de l’entreprenariat, la valeur du travail, la fin du despotisme, les idées de liberté et d’égalité des droits, l’accès à l’éducation des femmes et le droit à leur émancipation ou encore la naissance du concept de laïcité. »
Uiterst actueel, lijkt me, in een Europa waar men deze waarden opnieuw moet onderzoeken in samenwerking met vertegenwoordigers m/v van andere godsdiensten. Hoe ga je om met de scheiding van kerk en staat nù? En kunnen de oorspronkelijke uitgangspunten van Luther en Calvijn in onze tijd nieuw leven ingeblazen worden met het oog op deze discussie? ‘L’esprit de résistance’ bestaat die nog?

Eigen geweten
Doctrinaire regels van Calvijn zijn voor de protestanten in Frankrijk minder van belang dan in Nederland. Vrijheid van geweten en godsdienst zijn hier de kernwaarden. Daarmee zit je dicht bij Calvijn. Ook bij hem ging het beslist ook om je eigen geweten ten overstaan van God. Daar komt niemand en niets tussen.

Deel 2 over ‘Leven met God in Frankrijk’ verschijnt in de volgende Kerkbrief.

 


"Cent mille chansons"


Ruth van der Waall-Schaeffer, juni 2021

‘God slaapt in de steen, Hij ademt in de plant, Hij droomt in het dier en Hij ontwaakt in de mens’, dicht een Oosterse wijsgeer Rumi.
Gods Geest is in alles wat bestaat. In alles is Zijn Geest scheppend aanwezig: daardoor bestaat het. Sluimerend aanwezig in alles, ontwaakt God in ons. De mens is de plaats waar de Levende ontwaakt, waar Hij aktief wordt. Maar dit gaat niet vanzelf. De Levende wordt ook tegengewerkt.
De wereld waarin wij leven probeert ons te verleiden Hem te begraven in onszelf, Hem te bedelven onder wat wij belangrijk vinden. En dat is vaak slecht voor onze medeschepselen. Het eigenbelang groeit door tegen de Geest van de Levende in te gaan.
Dit loopt uit op Babelse toestanden. Voor mensen in Babel (‘wirwar’ betekent het) was dit het belangrijkste: ’Laat ons een toren bouwen, waarvan de top tot in de hemel reikt.’ Ze waren niet tevreden om hier op aarde alleen maar een plaats te zijn waar de Levende kan ontwaken in een aandachtig leven. Ze wilden naar Hem opklimmen, de hoogte in. Ze wilden niet ‘maar’ mens zijn. Ze wilden de Levende ontmoeten door de aarde achter zich te laten. Maar zo gaat het niet. Wij leven hier op aarde temidden van stenen, planten, dieren en mensen. En hier in ons gewone leven wil de Levende gevonden worden, als we Hem de kans geven in ons te ontwaken. In Babel zocht men het in de hemel in plaats van op de aarde, in de ijle lucht en niet in het lief en leed van de mensenwereld. Elkaar in de ogen kijken en dan zie je een mens, beeld van God.
Met die blik, die manier van kijken, houdt Babel op. Geen wirwar meer. Maar ontmoeting. Er zullen dan 100 000 liederen klinken zoals in 1968 Frida Boccara zong in haar lied ‘Il y aura cent mille chansons’:
Cent mille horizons devant nous / Partagés de bonheur
Tout étalés de nos coeurs… Et tes yeux et mes yeux / Dans un océan d’amour.


Prioriteit aan het leven


Ds. Ruth van der Waall-Schaeffer, mei 2021

In 2018 kreeg ik van mijn dochters het boekje ‘Vers une sobriété heureuse’ van Pierre Rabhi. Rabhi (1938) is schrijver, filosoof en ecologisch boer. Hij schreef dit ruim voordat het Covid-virus uitbrak. In het afgelopen jaar verscheen hij regelmatig in de krant of op tv met zijn getaand gezicht met lachrimpels. Op deze plaats wil ik iets van zijn gedachten ter overweging meegeven. “Laten we onze ogen openen voor wat er nù gebeurt, zegt hij. Angst verkleint ons bewustzijn. Het is belangrijk om naar een grotere luciditeit te neigen waardoor we inspiratie vinden om te doen wat we moeten doen, zodat het leven eindelijk iets anders is, iets anders dan strijd, oorlogen, verdriet… De mislukking van onze systemen is dat we op zoek zijn naar geluk en dat we moeite hebben om het te vinden. Wij hebben niet de fundamentele waarden, die ons na aan het hart liggen, de buitengewone voldoening die wij in het leven voelen. En ik (Rabhi) citeer vaak deze anekdote van de visser: hij zit daar op het strand, hij is klaar met zijn werk, hij droogt zijn netten, en hij is stil. Een zeer serieuze heer komt langs, bekijkt de visser en zijn boot en zegt: ‘Meneer, is deze boot van u?’ ‘Ja’, antwoordt de visser. ‘Maar hij is een beetje klein, vind je niet? Je zou een grotere kunnen hebben’. De visser : ‘En dan?’ De man: ‘En dan zou je meer vis kunnen vangen’. ‘En dan?’ ‘En dan vang je zoveel vis, dat je een grotere boot koopt, en dan neem je mensen aan, en vang je nog meer vis en dan rust je uit’. ‘Nou, dat is wat ik aan het doen ben’, zegt de visser.”

Pierre Rabhi blijft optimistisch en natuurlijk krijgt hij de vraag of we na deze crisis van Covid toch weer niet teruggaan naar hoe het vroeger was. “In de eerste plaats is er een tastbare factor, namelijk dat wat we ook doen, we op een dag naar de aarde zullen moeten terugkeren als we willen blijven eten, en dus leven. De aarde is primordiaal, het is de matrix van het leven, dus zullen we ernaar moeten terugkeren.
En dan is er iemand aan wie ik zeer gehecht ben die Jezus van Nazareth wordt genoemd. Hij zei dat alleen liefde de kracht heeft om de wereld te veranderen. Ik heb het niet over onze
kleine liefdes, maar over liefde in de ruimste zin, liefde voor de bomen, liefde voor de vogels, liefde voor alles, alles wat ons gegeven is. Als ik zie dat we walvissen en olifanten uitroeien, dan doet dat iets met me… Ik ben getroffen door het feit dat we niet hebben geweten hoe dat alles lief te hebben, we hebben ons neergezet als roofdieren met onze eigen belangen als enig doel, de smaak voor winst, voor profijt… Liefde is de enige oplossing.
De economie weer op gang brengen, enz. enz., dat is de prioriteit van alle regeringen. Hoe kunnen we degenen die ons leiden duidelijk maken dat we het paradigma moeten veranderen?
Het is vaak te laat, maar er is ook vaak nog tijd. Als ik tegen mezelf zeg, ‘Het is te laat’, dan blijf ik in bed. Maar als ik tegen mezelf zeg: ‘Ja, er is veel schade, maar er is nog hoop’, dan doe ik mee met wat zal helpen om de dingen op te lossen. We hebben een leven te leiden, het heeft zijn grenzen, maar ieder mens heeft een aanwezigheid op deze planeet, wat doe ik met dit kapitaal?”


Van kijken naar zien


Ds. Ruth van der Waall-Schaeffer, april 2021

Kijk mee met het altaarstuk
met opstandingsverhalen van Sieger Köder*

Een drieluik.
Op het linkerpaneel: Jezus’ verschijning aan Petrus bij het aanbreken van de dag aan het Meer van Tiberias (Johannes 21). Na Jezus’ instructies in Jeruzalem (Mattheüs 28:7, 10) was Petrus met enkele andere discipelen naar huis
teruggekeerd en, niet wetend wat te doen, had hij zijn visnetten weer opgehaald.
Dat kleine zinnetje van Petrus: ’Ik ga vissen’, raakt me steeds weer. Het leven van alledag moet weer opgepakt worden. Ook al is het nog nacht. En dat de anderen dan zeggen ‘We gaan mee’. Het overweldigende wat ze hebben meegemaakt, delen ze samen. Ze waren op het meer toen een man vanaf de oever riep: “Hebben jullie iets te eten?” Zij hadden het niet. De man zegt dat ze hun netten nog een keer moeten uitwerpen, aan de andere kant, en als ze dat doen, komt er een enorme vangst. Waarna Petrus uitroept: “Het is de Heer!” Petrus bedenkt zich geen moment, duikt het water in om naar Jezus toe te zwemmen. De anderen volgen met de boot. Ze grillen een deel van de vis en gaan zitten om te eten.
Samen eten is een teken van verbondenheid, eenheid, als een echo op de levensstijl van Jezus.
Het paneel verwijst ook naar een eerdere gebeurtenis. Petrus die over het water naar Jezus liep en vervolgens, toen het vertrouwen in Jezus op een dieptepunt was, zonk.
Hij werd gered worden door Jezus’ uitgestrekte hand (Matteüs 14:22-33). De zon bovenaan geeft aan dat de nieuwe dag aanbreekt. De helderrode ochtendzon is er ook op het rechter paneel. Ook daar een ontmoeting. Hier Jezus en Maria Magdalena bij het lege graf. In Köder’s weergave loopt Maria door een zee van klaprozen – een rode bloem die symbool staat voor het offer – en ze schermt met haar hand haar ogen af voor de schittering van Jezus de opgestane. Hij van wie zij aanvankelijk dacht dat hij de tuinman was, is in werkelijkheid haar dierbare vriend en Heer.
Als je goed naar sommige grafstenen kijkt, zie je dat ze de namen en/of data van oorlogen dragen: “1914-1918”, “1939-1945”, “Vietnam”, “Biafra”. De laatste twee woedden nog steeds toen Köder dit schilderde. De kunstenaar was krijgsgevangene tijdens de Tweede Wereldoorlog, en onder het kruis dat die oorlog symboliseert, staat een door kogels getroffen soldatenhelm. Dat zou ook de Hebreeuwse tekens kunnen verklaren. Wellicht drukt Köder er mee uit dat er nog steeds veel kruisen opgericht worden, de dood van rechtvaardigen… En ik moet denken aan het boek ‘De laatste der rechtvaardigen’ van André Schwarz-Bart.
Het middenpaneel van het altaarstuk beeldt de Emmaüsgangers af als een soort Transfiguratie zoals op de berg Tabor. Lucas vertelt ons dat Jezus na zijn opstanding verscheen aan Cleopas en een andere niet met name genoemde discipel, die op weg waren van Jeruzalem naar huis; hun harten “brandden in hen” toen hij sprak over de Schriften, maar hun ogen werden pas geopend voor zijn ware identiteit toen hij tijdens de maaltijd het brood zegende en brak. Op het schilderij van Köder is Jezus’ gedaante nauwelijks waarneembaar door de rode gloed – hij is eigenlijk een lichtzuil. Köder schildert hem in het rood, de kleur van bloed, van passie, van het leven. Je ziet de verwondering die de twee Emmaüsgangers gevoeld moeten hebben toen ze zich realiseerden met wie ze aten.
Jezus verschijnt tussen Mozes, die een mand met manna vasthoudt (Exodus 16), en Elia, die een raaf met een stukje brood in zijn snavel teder vasthoudt : een verwijzing naar het feit dat hij in de woestijn op wonderbaarlijke wijze door God gevoed werd (1 Koningen 17:1-7). De figuur rechts van Elia zou Paulus (Saulus) kunnen zijn die op de weg naar Damascus van zijn paard is gevallen.
De schilderijen van Köder drukken een herkenbare aardse theologische en spirituele interpretatie uit van zowel bijbelse als abstracte thema’s. In zijn werk zie je uitdaging, woede, humor en diepe tederheid. En al kijkend ga je zien en worden er snaren in jezelf geraakt.

*Sieger Köder, geboren in Wasseralfingen (Baden-Württemberg), was krijgsgevangene in de Tweede Wereldoorlog. Hij volgde een opleiding als zilversmid en schilder en werkte enkele jaren als leraar in een middelbare school. Op zijn 41ste ging hij theologie studeren in Tübingen en werd priester gewijd in 1971. Hij combineerde zijn roeping als pastoor met zijn werk als kunstenaar en maakte talloze schilderijen, altaarstukken en gebrandschilderde ramen voor kerken in en buiten Duitsland. Foto: St. Stephen’s Church, Wasseralfinge, Allemagne.


Deuren


Ds. Ruth van der Waall-Schaeffer, maart 2021

Waar woont God? Het zijn niet alleen kinderen die deze vraag stellen. Ik weet niet wat u zou antwoorden. De één zou misschien zeggen dat God in je hart woont, weer een ander gaat ervan uit dat de kerk het huis van God is. Salomo bouwde een tempel voor de Heer om er voor altijd Zijn Naam te laten wonen. Zou Salomo ook een naambordje op de deur gehangen hebben: hier woont God?! Volgens het bijbelboek Openbaring is de tempel maar iets voorlopigs, totdat de tempel als huis van God niet meer nodig is.

Dat doet me denken aan een joods verhaal. De rabbi van Kotzk verraste enkele knappe geleerden eens met de vraag ‘Waar woont God?’ Ze lachten hem uit! Zo’n gemakkelijke vraag! En er kwam geen antwoord. De rabbi gaf toen zelf maar het antwoord: ‘God woont waar je hem binnenlaat’. Alle Bijbelboeken spreken van het verlangen van God om bij ons mensen te wonen. Hij is een mensengod, wil bij ons in de buurt zijn, in onze stad, in onze straat, in ons huis. Maar wat betekent dat dan als we God binnenlaten om bij ons te wonen? Durven we dat eigenlijk wel? Want als we Hem binnenlaten in onze stad, dan moeten we zijn licht laten schijnen op muren van beveiliging die nieuwe muren van geweld op roepen. Als we God binnenlaten in onze straat, dan moeten we zijn licht laten schijnen op onze buren die een andere huidskleur hebben. Als we God binnenlaten in ons huis, dan moeten we zijn licht laten schijnen op de mensen met wie we wonen, met andere ogen naar hen gaan kijken. God binnenlaten heeft te maken met een thuis maken voor elkaar, waar een mantel om je heen geslagen wordt. Gaan onze deuren open of houden we hen dicht?


Royaler gaan leven in de Veertigdagentijd


Ds. Ruth van der Waall-Schaeffer, februari 2021

Op 17 februari, Aswoensdag/Cendres, begint de veertigdagentijd. We leven veertig dagen toe naar Pasen (de zondagen worden niet meegeteld). In deze periode wordt ons gewezen op de kern van wat geloven is. Je zou kunnen zeggen dat het een groeitijd is, een tijd waardoor je wijzer en rijker wordt.

Nu zitten we al bijna een jaar min of meer in quarantaine (zit het woord ’quarante’ in = 40). Ons leven is drastisch ingeperkt op allerlei gebied. Niets is meer vanzelfsprekend. We kunnen niet meer plannen of activiteiten organiseren. Zomaar elkaar opzoeken? Zingen in de kerk? Na de dienst ergens een glas wijn drinken met elkaar? Op vakantie gaan? Open scholen?

Andere jaren zochten mensen naar een manier om soberder, kleinschaliger te leven in de veertigdagentijd. Om dit nu in 2021 ook te doen, met een gedeeltelijke of strikte ‘confinement’ en een ‘couvre-feu’ om 18 uur, klinkt bijna lachwekkend. We hebben het gevoel dat we al zolang onderweg naar Pasen zijn, naar vernieuwd leven. Naar opstanding.

En toch blijft het in de veertigdagentijd van 2021 ook om ‘omkeren’ gaan. Omkeren betekent ‘in de tegenovergestelde richting plaatsen’. Omkeren tot: keer ons om tot bevrijding, tot kleur in leven, tot warmhartigheid.

Misschien zou het goed zijn, juist in deze quarantaine, deze veertigdagentijd, royaler te gaan leven. Hiertoe om te keren.Royaler naar elkaar toe wat betreft aandacht, met denken aan. Een ‘harte-groet’ naar elkaar (kaart sturen bijv), een meelevend telefoontje, en als het zou mogen een uitnodiging voor de lunch, een wandeling na de kerkdienst als het weer lenteachtiger wordt. Elkaar in de veertigdagentijd tot zegen, dat wil zeggen tot groei zijn.

Een mooiere voorbereiding op Pasen is er niet.


Une vie masquée


Ds. Ruth van der Waall-Schaeffer

CONFINEMENT – ADVENT – ONZEKERHEID – KERST EN… HOOP

Wij leven in een onzekere periode,sommigen leven met angst om hun gezondheid, sommigen met angst om hun werk kwijt te raken, weer anderen… vult u zelf maar aan.
We zijn verplicht overal de juiste afstand tot elkaar te bewaren, we mogen niet te ver buiten de deur. Alle maatregelen hebben gevolgen voor ons sociale en kerkelijk leven. We zien elkaar niet ‘live’.

We beleven‘une vie masquée’.

Met onzekerheid gaan we de Advent in. Ook de Advent is min of meer een tijd van ‘confinement’, van gemaskerd leven, van verborgenheid. Wie en wat kunnen we verwachten? Kunnen we dichterbij liefde en vrede komen, dichterbij de ander als we elkaar niet meerecht in de ogen kunnen kijken? Durven we figuurlijk gezien onze maskers af te zetten?

Op weg naar Kerst gaan we vanuit het donker op weg naar het licht. Elke zondag steken we een kaars meer aan die ons eraan herinnert dat er hoop is zolang er mensen zijn die blijven vertrouwen dat er in de donkere wolken Licht kan doorbreken. We vieren de hoop met Kerst, waarin ook ruimte is voor onze tranen om de pijn, de angst, het verdriet dat in het afgelopen jaar – mede door Corona – verstopt zat achter onze maskers.


Niet zomaar een lied


Ds. Ruth van der Waall-Schaeffer

‘Le premier qui dit la vérité, il doit être exécuté.’ ‘De eerste die de waarheid zegt, moet worden geëxecuteerd.’ Dit is het refrein van een lied van de Franse zanger Guy Béart. Ik zing graag mee met zijn chansons omdat de teksten vaak zo treffend zijn. Dit lied is weliswaar uit 1968, maar schrijnend actueel! In dit lied gaat het over vrijheid van meningsuiting en de taboes van de samenleving. Kun je hier open over praten, ook als het gaat om de inhoud van religies? Zo nee, wat staat er op het spel als je het wél doet? De zanger zingt over mensen die de waarheid zeggen en daarom gedood of doodgezwegen worden. Laat ik zijn woorden concreet invullen: Een journalist die de waarheid schrijft, moet worden vermoord. Denk maar aan medewerkers van het weekblad ‘Charlie Hebdo’. Een dominee die de waarheid zegt, moet worden vermoord. Denk maar aan Martin Luther King. In het lied van Guy Béart wordt ook Jezus genoemd. Hij koos openlijk voor mensen die niet meetelden in de samenleving: melaatsen, blinden, vrouwen. Jezus ging tegen de bestaande orde in. Hij moest worden gekruisigd.

Op 16 oktober jl. werd Samuel Paty, geschiedenisleraar, onthoofd omdat hij open en eerlijk wilde praten met zijn leerlingen over vrijheid van meningsuiting. Had hij dit niet moeten doen?

Het mag niet zo zijn dat gelovigen van welke godsdienst dan ook hun geloof alleen in de privésfeer moeten beleven. Dat is niet juist. De meeste gelovigen zijn geen fanatiekelingen. Van harte stem ik in met de verklaring van de ‘Église protestante unie de France’ n.a.v. de moord op M. Paty waarin ze stelt dat het van belang is met elkaar te blijven praten, te debatteren, theologie te plaatsen in de openbare ruimte en in gesprek te gaan met de diverse velden van de wetenschap. Met elkaar dogmatische uitspraken bestuderen en bekritiseren. Voorkomen dat door versimpeling, generalisatie, gebrek aan wederzijdse culturele kennis het fanatisme gevoed wordt.

Moge de tekst van het genoemde lied van Guy Béart ooit een keer achterhaald zijn.

Wie het lied beluisteren wil: https://www.youtube.com/watch?v=jA3hNz5KQ34


God houdt van gezelligheid*


Ds. Ruth van der Waall-Schaeffer

Er wordt heel wat gegeten en gedronken in de Bijbel. Regelmatig wordt er een feestmaal georganiseerd. Samen aan tafel, Zijn tafel, daar gaat het om. Genieten van goede spijzen en belegen wijnen.
Voor God is het bij Hem en bij elkaar aan tafel zitten belangrijk omdat er dan gecommuniceerd wordt, gedeeld, het is het einde van alle vervreemding. Jesaja zegt zelfs dat dan de tranen van gezichten worden afgewist.
Het Koninkrijk van God wordt nooit afgeschilderd in vormen van macht, maar in beelden van gezel-ligheid. God als ‘gezel’ van mensen, bij elkaar aan een feestmaal. Vanaf het eerste woord van God zijn we bedoeld voor ontmoeting: samen spreken, samen eten, met alle mensen, en waar nodig elkaars tranen afwissen, verdrietige sluiers van gezichten weg vegen.

In de afgelopen maanden hebben we aan den lijve gevoeld hoe we ‘gezel-ligheid’ missen. We verlangen naar gemeenschap. Niet enkel knusjes onder elkaar, maar waar we met elkaar verantwoordelijkheid nemen om een uitnodigende kerkgemeenschap te zijn. Aan de tafel waar Gods gezelligheid geen tijd kent. ‘Mange, prie et aime’ luidt de veelzeggende titel van een film!

*Bij het jaarthema ‘Het goede leven’


Hart voor jezelf, hart voor je naaste


Ds. Ruth van der Waall-Schaeffer

Het goede leven. Dit is het jaarthema van de Protestantse Kerk Nederland. Vorig jaar was dit ‘het goede verhaal’. Deze twee thema’s hebben van alles met elkaar te maken. De ERN Paris sluit zich aan bij dit jaarthema. Een goed leven is niet synoniem aan een geslaagd leven.

Wat maakt het leven goed, ook in tijden van crisis? Wat geeft het leven zin? Welvaart garandeert geen goed leven. Dat zien we in deze crisis: welvaart kan verdampen, werk kan wegvallen, gezondheid kan afbrokkelen. Het coronavirus bedreigt ons allemaal. Even waren we opgelucht aan het begin van de zomer. De landsgrenzen gingen open, ook al waren er beperkingen, maar we konden ons weer bewegen. Het werd mogelijk onze dierbaren na lange tijd te bezoeken of te ontvangen. En misschien heeft u in de afgelopen weken ook gemerkt dat – ook al hadden we geen coronavirus opgelopen – dat we mentaal moe waren. Niet alleen mentaal maar ook fysiek. Gebrek aan perspectief, uitzicht en bewegingsarmoede lagen aan onze moeheid ten grondslag.

Hoe het verder gaat, is en blijft een vraagteken. Het virus circuleert weer volop. Want wat deze pandemie duidelijk maakt, is dat het niet een dictator of een democratische president is die ons een bepaald leven oplegt, maar de natuur. Verzet tegen een politiek systeem is mogelijk, verzet tegen de natuur is van een andere orde.

Tja, en dan zo’n thema van de PKN. Klinkt mooi. Toch borrelen er vragen in ons op. Geloven in de dag van morgen? Kan ik nogwel een goed leven hebben, zal men zich afvragen?

De schrijver-econoom Jacques Attali heeft hier één antwoord op. Een goed leven zal er slechts zijn als we het joodse adagio in ons leven integreren: ’Je zult je naaste liefhebben als je zelf.’ Eén zin, maar deze omvat alles. Die ander is net zo’n mens als jij bent. Kijk naar wat jouw behoeften zijn, dan ken je die ook van de ander. Als jij ziek wordt, wil je ook graag geholpen worden. Dus je medemens wil dat ook. Het is in feite in je eigen belang om met de ander samen te leven. Een gezond egoïsme ten dienst van altruïsme. Altruïsme betekent dat we een attitude moeten ontwikkelen waarbij je het goede wil voor anderen. En dat op een effectieve, zinvolle manier. Een gezond egoïsme in verbinding met altruïsme. Dat is heel iets anders dan ‘ikke, ikke en de rest kan stikken’. Nee, want op een gegeven moment zul je zelf ook stikken. Niemand is er dan meer voor jou.

Je zelf liefhebben als je naaste, een mooie uitdaging!


Een vondst van de schepper


Ds. Ruth van der Waall-Schaeffer

“Kunt u mij uitleggen waarom zoveel mensen moeite hebben met het feit dat niet iedereen hetzelfde is? Dat daar dikwijls moeilijk over gedaan wordt?” Zo begon een gesprek dat ik onlangs had met iemand bij wie ik op huisbezoek was. Als vanzelf kwamen wij te praten over het scheppingsverhaal in de Bijbel, Genesis 1. Wanneer je dit leest en de inhoud tot je door laat dringen, merk je dat alles en iedereen onderscheiden is van elkaar. Niets en niemand is hetzelfde. Laten we eens een blik werpen op Genesis 1.

Wat schiep God op de derde dag? Jong groen, zaadgevend gewas, vruchtbomen die naar hun aard vruchten dragen… Wat schiep God op de vierde dag? Grote lichten en kleinere… Wat schiep God op de zesde dag? Vee, kruipend gedierte en wild gedierte naar hun aard… En steeds zag God dat het goed was. Als God dus niet gewild had dat er zoveel verschillen zijn tussen de dieren onderling, in de plantenwereld en tussen de mensen, dan had Hij wel alles hetzelfde geschapen. Wat eentonig!

Moet u zich dat eens voorstellen. Het leven zou ongelooflijk saai en kleurloos zijn, vlak. Als niets en niemand meer een eigen aard heeft, een eigen kleur, dan kunnen we ons ook niet meer verwonderen. De wonderen zijn dan letterlijk de wereld uit. Het is mooi als mensen af en toe verbaasd kunnen staan, zich verwonderen over iets of iemand. Dat betekent dat je lééft, dat je geraakt kunt worden. Als je gevoeligheid ontwikkelt voor verwondering om zoveel verscheidenheid, ervaar je dat het bestaan aan diepgang wint.

Onze wereld kan niet zonder ver-wonder-ing! Verschillen zijn juist een vondst van de Schepper opdat we ons kunnen verwonderen, onszelf en elkaar.


Op een mooie Pinksterdag


Ds. Ruth van der Waall-Schaeffer

Het gewone leven. Daar gaat over in het bijbelboek ‘Ruth’. Het verhaal is gauw verteld, want het zijn maar een paar bladzijden. Maar wat is deze kleine novelle rijk aan inhoud en daarbij zo actueel! ‘Ruth’ wordt gelezen op de 50e dag na Pasen. Dan is het Joodse Wekenfeest (Sjawoeot) aangebroken dat later in de christelijke traditie Pinksteren gaat heten. Het is een oogstfeest en de tijd tussen Pasen en Pinksteren is een onzekere tijd. Je weet niet of de oogst wel zal lukken en het hangt daarvan af of er brood op de plank zal zijn. Het is hard werken. Daarom is het verhaal van Ruth ook een gelijkenis: er wordt verteld wat er in een mensenleven omgaat, ondergaat en opkomt aan oogst. Het is een boek waarin het gewone leven getekend wordt. We vinden er gebeurtenissen in terug die ook een plaats kunnen hebben in ons eigen leven: emigreren, liefde die tussen mensen overslaat, mensen aan de dood moeten afstaan, gast/vreemdeling voelen, risico’s nemen omwille van toekomst, eigen belang opzij zetten, ontstaan van nieuw leven, Godverlatenheid en Gods geborgenheid.

Als we naar de bijbelse Ruth kijken, dan zien we een mens die wijs is, geestrijk en geestig in het gewone leven! Ze weet van wachten, laten rijpen, op de juiste tijd handelen. Ruth ontdekt in het alledaagse de glans van Gods aangezicht.
Je zou het zo kunnen samenvatten:
Mensen leven, mensen werken,
Worden verliefd of worden het niet.
Mensen sterven, of blijven leven.
Het gaat om het gewone leven, zoals u ziet.
Veracht dan de dag der kleine dingen niet.

PS : het was mijn bedoeling om tussen Pasen en Pinksteren een leerhuis te houden over het boek Ruth. De ‘confinement’ gooide de plannen om. Maar wat in het vat zit… Ik hoop na de zomer dit alsnog te gaan doen!


Hemel op aarde


Ds. Ruth van der Waall-Schaeffer

“In de hemel is geen bier, en daarom drinken we het hier”. Een liedje van Dorus (Tom Manders) begin 1970. Misschien kent u het wel. Het is daarna ook een carnavalskraker geworden. Nu heb ik persoonlijk niets met carnaval en m.b.t corona durf je carnaval niet eens meer te noemen. In het liedje gaat het echter om ‘hier’ de dingen doen. Hoe u zich de hemel voorstelt, weet ik niet. Waar je heen gaat na je sterven? Een plaats van vreugde? Tegelijkertijd kun je bij ‘hemel’ niet een richting, een locatie aanwijzen. Wat is hemel dan wel? ‘Hemel’ is een verborgen werkelijkheid die van een andere kwaliteit is dan de onze. In het scheppingsverhaal lezen we dat er in het begin alleen maar chaos was. Daarin wordt door God orde geschapen. Niet zomaar een god, want die bestaat niet, maar de God met de Naam ‘Ik was, ben en zal zijn’. Eerst komt er licht, want anders tasten we maar in het duister.

En dan – in het wereldbeeld van toen – creëert God een gewelf boven de platte aarde. Iedere dag komt er iets bij, maar steeds meer wordt duidelijk dat de aarde het domein van de mens is. Daar ligt de bestemming van de mens. De hemel hoort bij God. En nergens in de Bijbel lezen we dat ooit alles wat op aarde is naar de hemel gaat verhuizen. Nee, juist omgekeerd. De hemel zal op aarde komen. En als dat gebeurt, is de aarde, en wat er op huist, niet meer ontaart! Daarom bidden we ook ‘gelijk in de hemel alzo ook op de aarde’. De blikrichting is van de hemel naar de aarde, en een nieuw Jeruzalem neerdalend uit de hemel (Openbaring 21:2). Dus niet in tegengestelde richting. Op Hemelvaart gedenken we dat Jezus naar de hemel gaat. Maar dat is niet het laatste. Onze hoop is op zijn terugkeer. Want om de aarde blijft het gaan. Dan wordt wat nu een verborgen werkelijkheid is een zichtbare werkelijkheid. Dan wordt het aardse leven goed omdat de hemel mij begroet : Lied 978

    1. Aan U behoort, o Heer der heren,
      de aarde met haar wel en wee,
      de steile bergen, koele meren,
      het vaste land, de onzeek’re zee.
      Van U getuigen dag en nacht.
      Gij hebt ze heerlijk voortgebracht.
    2. Gij roept het jonge leven wakker,
      een tuin bloeit rond het open graf.
      Er ruisen halmen op de akker
      waar zich het zaad verloren gaf.
      En vele korrels vormen saam
      een kostbaar brood in uwe naam.
    3. Gij hebt de bloemen op de velden
      met koninklijke pracht bekleed.
      De zorgeloze vogels melden
      dat Gij uw schepping niet vergeet.
      ‘t Is alles een gelijkenis
      van meer dan aards geheimenis.
    4. Laat dan mijn hart U toebehoren
      en laat mij door de wereld gaan
      met open ogen, open oren
      om al uw tekens te verstaan.
      Dan is het aardse leven goed,
      omdat de hemel mij begroet.

Bij je naam geroepen


Ds. Ruth van der Waall-Schaeffer

Een leeg graf. Paasgeloof ontstaat niet door het zien van een leeg graf of door het zien van engelen, of zelfs van een verschijning van Jezus. Nee, paasgeloof begint door aangesproken te worden, door bij je naam geroepen te worden. We kunnen allemaal wonderlijke verhalen horen over wat er mogelijk gebeurd zou kunnen zijn, wat er wel of niet te zien geweest is rond het jaar 33. Helpen die verhalen ons verder? Nee, het belangrijkste is dat er een stem geklonken heeft die zegt: ‘Jij’. Maria loopt rond in de tuin waar men Jezus in een graf heeft gelegd. Het graf is leeg. Ze is in tranen op zoek. Ze ziet Jezus zelf, maar ze herkent Hem niet en denkt dat het de hovenier is. Maar opeens roept Jezus haar bij haar nààm: ‘Maria, jij!’ En dan pas herkent ze Jezus, keert zich om dan en komt de vitaliteit ook in haar terug. Maar hoe kunnen wij ooit zo door Jezus aangesproken worden ? Door Hem bij onze naam geroepen worden?
Het evangelie vertelt dat wij de adem van Jezus krijgen om elkààr zo te kunnen aanspreken. Hij blies over zijn leerlingen en zei:’Ontvangt de Heilige Geest’, dat wil zeggen: ga in mijn geest leven. Met de adem, in de geest van Jezus, kunnen wij elkaar bij onze naam noemen, en zeggen:’jij’! Om vervolgens gehoor te geven aan de stem die je oproept om te keren. Je moet zèlf in beweging komen. Durven gaan, voorbij het dode, voorbij de duisternis, voorbij de gemiste kansen.

Met Pasen wordt tegen ons gezegd: ‘jij, jij, lief en gewenst mens, keer je om en vat moed, kom in beweging !’


Veertig dagen op weg naar Pasen: de ene voet voor de andere


Ruth van der Waall-Schaeffer

Exodus –De Namen– Sjemot zoals het boek in het Hebreeuws heet. Het is zo genoemd omdat de eerste zin luidt: “En dit zijn de namen van de kinderen van Jacob…”.Ging het in Genesis om de schepping van de wereld, en hoorden we over de aartsvaders en moeders, individuele mensen van Adam en Eva tot Jozef, in Exodus wordt de schepping van een volk (Israël) beschreven dat terecht gekomen is in Egypte, het land waar het volk Israël in slavernij leefde. We lezen hoe dit volk weg wist te komen onder dit regime, hoe het rond dwaalde in de woestijn, waar ze moesten leren volk te zijn en menselijk met elkaar te leven. Hoe ze met vallen en opstaan een relatie opbouwden met God op persoonlijk, sociaal en politiek gebied. Hetgaat over een volk, maar in dat volk staan mensen op uit doodse/doodlopende structuren omdat ze durf en compassie hadden. Bijvoorbeeld: Sifra en Pua, Mirjam, Mozes en Aäron. Zij hadden de moed om te zijn (om de filosoof-theoloog Paul Tillichte citeren). Ze lieten zich niet verlammen door angst en zinloosheid. Exodus, de Namen: je naam duidt een levensprogramma aan. Je bent niet een anoniem wezen. In Exodus maakt ook God zijn Naam bekend: “Ik zal er zijn, voor jou; dat is mijn Naam. Je kunt ook zeggen: Ik was er, Ik ben er, Ik zal er zijn.”

In de Veertigdagentijd gaan we met het boek Exodus op weg naar Pasen. Op 1 maart is er na de dienst een leerhuis over Exodus. De kerkenraad heeft het projectboekje ‘Een teken van leven’ besteld zodat er ook thuis met de kinderen aandacht besteed kan worden aan de weg naar Pasen.


Van zingen en geloven


Ruth van der Waall-Schaeffer

Zingen en geloven…, is daar een relatie tussen? Hebben zingen en geloven iets met elkaar te maken? De joodse schrijver Abel Herzberg heeft die overkomst tussen zingen en geloven eens mooi geformuleerd: ‘Zoals er mensen zijn die zingen, niet omdat zij dit willen, maar omdat er een stem als vanzelf in hen oprijst, zo zijn er ook mensen die geloven, niet uit angst en niet uit hoop op beloning, maar omdat zij vanuit hun wezen niet anders kunnen.’
We zingen niet alleen omdat we zo opgewekt en vrolijk zijn, maar we zingen ook omdat we de afstand tussen Gods beloften van recht, vrede en geluk aan de ene kant, en onze wereld, ons leven, aan de andere kant, in het lied als het ware overbruggen.
Toen Calvijn zijn beschrijving van de liturgie ‘De vorm van de gebeden’ noemde, gaf hij daarmee aan dat het gezamenlijk zingen een vorm van gebed is. De kerkvader Augustinus (rond 400 n. Chr.) zei het ook al: ‘Zingen is twee keer bidden’.
Vanaf februari zal ik één keer per maand aan een kerkganger (m/v) vragen (en daar horen uiteraard ook kinderen bij) welk lied haar/hem ontroert, blij maakt, bemoedigt… en of hij/zij dit heel kort tijdens de dienst wil toelichten. Daarna zingen we dit lied. Als het niet in het Liedboek staat, dan printen we het uit. U kunt dus in de week voor de desbetreffende dienst deze vraag van mij verwachten.
Het is maar dat u het weet… ♫♫


Kerst en Pasen verenigd


Ruth van der Waall-Schaeffer

Kerstkaarten: je ziet ze in allerlei vormen en kleuren met daarop allerlei afbeeldingen variërend van kaarsen tot kerstmannen, van sneeuwlandschappen tot cartoons. Van kunst tot kitsch. Zelf heb ik in mijn ‘collectie’ een kerstkaart die ik een paar jaar geleden hartje zomer kocht in het Zuid-Franse Vence. Ik bezocht daar een Dominicaanse kapel ontworpen en geschilderd door de kunstenaar Henri Matisse (†1954). Eigenlijk had ik nog nooit zo’n lichte, kleurrijke, zonnige kapel gezien. Een feest van licht en ruimte. Muren, plafond en de vloer zijn simpel wit gehouden. Maar dan de ramen! Citroengele en groene bladeren tegen een hemelsblauwe achtergrond. Het typisch, zuidelijke licht brengt door de ramen kleur op de vloer.

“Mijn kapel moet een bloem zijn”, vertelde ooit Matisse na een bezoek aan de Notre- Dame te Parijs. Kleuren die, zoals hij zei, “onmiddellijke uitwerking hebben op het gemoed en je terugvoeren naar je wortels”. Op de wanden heeft Matisse tekeningen aangebracht, van o.a. de kruisweg van Jezus en Maria met het kind Jezus. Die van Maria is de kerstkaart waarop ik doelde en die hieronder afgedrukt is. Geen traditionele kerstafbeelding. Matisse schildert met eenvoudige zwarte lijnen; Maria noch Jezus hebben gelaatstrekken. En toch hebben ze een gezicht, is er expressie in hun houding. Vul zelf maar hun expressie in! Dat kan voor ieder mens anders zijn: hoe zie je, hoe ervaar je Maria, Jezus. In vloeiende lijnen schetst Matisse de kern.

De afbeelding van Maria met het kind draagt als titel ‘De twijg van Jesse heeft gebloeid’ (Jesaja 11: 1-10) Het bekende kerstlied ‘Er is een roos ontloken uit barre wintergrond’ is gebaseerd op Jesaja. Deze afbeelding drukt iets bijzonders uit. Als u er goed naar gaat kijken, ziet u een kindje op de arm van zijn moeder, maar hij zit niet gewoon op moeders arm maar ‘staat’ als een gekruisigde, èn tegelijkertijd is hij ‘opgestaan’. In zijn houding worden geboorte, kruisiging èn opstanding verenigd. Omringd door de bloeiende twijg van Jesse.


Voor alle leeftijden


Ruth van der Waall-Schaeffer

Luidkeels zong ik het vroeger achterop de fiets bij mijn moeder. Het zal de melodie geweest zijn die de woorden vergezelde waardoor dat kleine meisje enthousiast meegesleept werd. Het gaat hier om een kerklied van Jacqueline van der Waals (†1922) ‘Wat de toekomst brenge moge, mij geleid des Heren hand…. Leer mij volgen zonder vragen…’ Nou, noch destijds als ukkepuk noch nu als yep (voor degenen die deze discussie in Nederland niet hebben gevolgd: ‘yep’ staat voor ‘Young Elderly Person’) zijn die zinnen op mij van toepassing.

Volgen zonder vragen. Juist in de joodse traditie, de traditie van de synagoge, hoort vragen stellen erbij, want zo kun je op het spoor komen hoe des Heren hand leidt, wie de Heer is! Vragen hoe wij met die Heer om willen, kunnen en mogen gaan. Ik ben blij dat ik altijd de ruimte heb gevoeld in de kerk waar ik opgegroeid ben, en ook gedurende mijn studie theologie in Amsterdam, dat vragen er mochten zijn.

Wie ben jij God? Wie ben jij mens? Waar ben je God? Waar ben je mens (Gen. 3)? Daar al vragende een lijntje tussen leggen. En wat je dan ontdekt is dat er steeds weer nieuwe vragen komen. Als je net denkt: ‘Nu weet ik wie God is’, blijkt dat beeld je weer te ontglippen. Als ik net denk: ‘Nu Ruth, zo zit je in elkaar’, dan gebeurt er iets, en groei ik weg uit dat beeld. En dat brengt dat lijntje tussen God en mij ook in beweging. Zoals de zee en haar golven. En dan de laatste woorden uit dat lied van Jacqueline van der Waals: ‘Met een rustig kalme moed’. Op een rustige, kalme wijze de moed hebben die vragen te blijven stellen.

Vragen laten bestaan, betekent de vaste antwoorden wie of wat God is, durven loslaten. Dat betekent ook je zelf steeds wéér bevragen, met behulp van verhalen uit de Bijbel, de literatuur, de kunst, èn je naaste. Dat is iets voor alle leeftijden.
(Be)vragen en loslaten, met een rustig, kalme moed.


Je naam is een verhaal


Ruth van der Waall-Schaeffer

Het eerste dat we onze dochters leerden toen ze naar een Franse school gingen: ‘Je m’appelle… comment tu t’appelles?’. Een naam kennen is belangrijk. Namen spelen ook in de Bijbel een belangrijke rol. Namen zijn altijd gericht op de toekomst. Het is je levensprogramma! Zo betekent de naam Abraham: ‘vader van vele volkeren’. Als Naomi (de lieflijke) haar naam verandert in Mara (de bittere), dan zit daar een verhaal aan vast. Je naam is een verhaal. Op de zondag van de rentrée lazen we uit Exodus. Het volk Israël leefde in Egypte en was slaaf onder het regime van farao. Hij heeft geen naam, dat is opvallend! God hoorde en zag hun ellende en wil dat Mozes zijn mensen gaat bevrijden. Mozes sputtert en vraagt: ‘Wie ben jij die mij dit vraagt, uit nààm van wie moet ik gaan? ‘God maakt zich kenbaar: ‘Ik was wie Ik was, Ik ben wie Ik ben, Ik zal zijn wie Ik zal zijn.’ Die tijden (verleden tijd, tegenwoordige tijd, toekomende tijd) zijn in zijn naam verbonden. De inhoud van zijn naam is concreet: hij was er, hij is er en zal zijn in je leven en in de geschiedenis, als je verliefd bent of in rouw, als je onderdrukt wordt of ruimte krijgt om te leven. Zijn naam is niet ‘god’, want van die naam gaan er wel dertien in een dozijn. Ook in onze tijd stikt het van de goden. Maar bij die goden begint het verhaal van bevrijding niet bij de braamstruik. Dit woord is in het Hebreeuws ‘sènè’, en hier hoor je een woordspel met Sinai, de naam van de berg waarop de Tien Woorden gegeven worden: spelregels om het goed met elkaar te hebben.

Bij Gods Naam past een verhaal, een goed verhaal. Dat goede verhaal is dat Zijn Naam altijd aan het licht komt waar liefde en recht gebeurt.
Het gaat er niet om of God bestaat, maar of Gods Naam in ons midden zichtbaar is of niet.

Als we willen ontdekken wie God is, wat zijn Naam is, dan moeten we verhalen vertellen, uit de Bijbel èn uit ons eigen leven waarin God misschien ook een naam heeft.


Beelden van God


Ruth van der Waall-Schaeffer

Gedicht van Hans en Monique Hagen

God
Zou er een god zijn
En als er één is
Waar is hij dan van
Van water of van glas
Van zilver of van goud
Is god doorzichtig
En als hij in de spiegel kijkt
Wat ziet hij dan
Een kind een vrouw een man

Kan god mij helpen
Als ik iets moeilijks doe
Maar hoe weet god dan hoe
Lijkt hij op een mens
Is god gemaakt van lucht
Of
Is god gemaakt van wens

Beelden van God, we hebben ze allemaal: is hij lucht, persoonlijke vriend(in), oerkracht, zedenmeester. Is God een macht in de hemel die alles weet wat wij niet weten, de gatenvuller waar de theoloog Bonhoeffer (omgebracht in Auschwitz) over schreef? De middeleeuwse mysticus Meister Eckhart zegt dat God aan elk beeld ontsnapt. Anno 2019 grijpt men zeer op Eckhart terug, maar ik heb mijn twijfels of men niet voorbijgaat aan iets wezenlijks in zijn theologie. Daar zet ik vraagtekens bij. U zult er vast van mij nog meer over horen of lezen.
Over wie of wat God voor ons is, voor ons persoonlijk en voor ons als Parijse gemeente, willen we met elkaar nadenken, op allerlei manieren. Wat betekent het dat we geschapen zijn naar Gods beeld? Misschien hebben we wel niet veel op met God. Ook dat mag gezegd worden. Daar is niets op tegen. Ik vind het spannend om ook zelf steeds weer aan de gang te gaan met die vier letters JHWH, zoals Gods naam in de Bijbel beschreven wordt. Letters die we niet kunnen uitspreken. Is dat dan de kern, dat God onuitsprekelijk is? Misschien kunnen we God op het spoor komen door verhalen, verhalen uit de Bijbel, verhalen van u en mij en andere mensen. Verhalen geven mensen grond onder de voeten, leggen een verbinding tussen verleden, heden en toekomst. We kunnen verhalen ook zingen waardoor we misschien wel vleugels krijgen. Om te ontdekken dat er meer is tussen hemel en aarde.


"Re-creatie"


Ruth van der Waall-Schaeffer

Recreatie. In deze tijd van het jaar een veelgehoord woord. De sport-en zakenwereld speelt handig in op de behoefte “eruit te willen zijn”. Toch is het woord “recreatie” een begrip waar je langer bij stil zou moeten staan. Re-creëren: een heel Bijbels gegeven. In hoofdstuk 31 (vers 17) van het boek Exodus wordt van God gezegd: Hij hield op met werken en kwam op adem. Dat wil zeggen: Hij werd verfrist (in de Franse Bijbel, vertaald door André Chouraqui, staat“Il a chômé et soufflé”). Na zes dagen waarin Hij hemel en aarde had geschapen (gecreëerd), rustte Hij op de zevende dag. Je zou kunnen zeggen “recreatie na creatie”. Weer op adem komen, onszelf die rust gunnen. Herboren worden is soms nodig, want het leven snijdt ons af en toe de adem af. Verdriet, teleurstelling maken ons tot benauwde, verslagen mensen. Bovendien moeten we ons ook bevrijden van de sleur van alle dag waardoor we aan het mooie van Gods schepping voorbijgaan.

Een groot loflied op de schepping is Psalm 8. Het lijkt alsof de dichter recreëert. Hij (zij) staat stil. En laat diep tot zich doordringen hoe bijzonder de Naam is van degene die dit alles tot stand heeft gebracht. De psalmist kijkt omhoog en om zich heen, vol verwondering dat de mens, als Gods partner, over de aarde mag heersen. Dat houdt niet in dat de mens als een baasje/bazinnetje zich de aarde mag toe-eigenen of er roekeloos mee om kan gaan. De schepping moet juist omarmd worden door ons, gekoesterd, een plaats waar mensen kunnen recreëren, tot zichzelf mogen komen.

Als wij dienstbaar zijn aan de aarde, is de aarde ons ten dienste omdat de mensen dan mogen genieten van de vruchten die zij ons geeft. Tijd nemen, ruimte zoeken, stilte, om Gods Adem, zijn creatieve kracht binnen te laten stromen. Of je nu uit bent of thuis.

Ik wens u een re-creatieve zomertijd toe!


De hemel open zingen…


Ruth van der Waall-Schaeffer

“Er zijn mensen die zingen, niet omdat zij dit willen, maar omdat er een stem in hen oprijst”, zegt de joodse schrijver Abel Herzberg. Zingt u vaak, behalve in de kerk misschien? Als ik neuriënd in een winkelcentrum loop en mijn eigen muziek wordt verdrongen door “een muziekje” uit één of andere luidspreker, dan maakt me dat niet blij. Moet dat muziekje het winkelen gezelliger maken? Als wij zélf zingen, gebeurt er iets met ons. Je wordt los getild uit wat je aan het doen bent of wat vast zit in je hoofd en je lijf. Gevoelens gaan stromen, er komen emoties los. In het Franse woord “enchanter” (betoveren) zit het woord “chanter” (zingen). Misschien heeft zingen wel iets weg van betovering. Zingen is bevrijdend, zet je weer in beweging. Het voedt ons met kracht en hoop. Als het erop aankomt, in moeilijke tijden, wordt er gezongen om het vuurtje van de hoop weer aan te wakkeren. In de oorlog had het lied “Land of hope and glory” zo’n uitwerking. Zingen bemoedigt en verbindt. Dat zag je ook toen Madonna “Like a prayer” zong op de Place de la République in Parijs na de aanslag in de Bataclan in2015.

We kunnen nog wat van de vogels leren: zij zingen terwijl het nog donker is, en het licht het duister nog niet verjaagd heeft. Zingen en hoop horen bij elkaar. We zingen ons los en zingen de toekomst naar ons toe. Als ons lied verstomt, winnen berusting, cynisme en ongeloof het. Lied verloren, alles verloren. Zingen geeft g(G)eestkracht. Misschien daagt Pinksteren ons daartoe wel uit! “Komt laat ons deze dag met heilig vuur bezingen…”


Tot je kern


Ruth van der Waall-Schaeffer

“Mijn kerk zijn de bergen. Daar zoek ik de eenzaamheid op, waar ik kan lezen en schrijven.” Dit is een spreuk van de dag in de filosofische dagkalender. Hij is afkomstig van de Noorse cultuurwetenschapper Ole Martin Hoystad.

Om een boek over de ziel te schrijven, trok hij zich een paar jaar terug in de bergen. “De ziel”… weten we nog raad met dit begrip? Het zit nog wel in diverse Nederlandse woorden verstopt. Als ik even Google komen deze woorden al snel tevoorschijn: zielenpoot, ter ziele zijn, eelt op zijn ziel, zielsgelukkig, moederziel alleen, met een goed geloof en een kurken ziel drijft men de zee over…

De ziel heet in het Hebreeuws “nèfèsj” en in Oudtestamentische betekenis is “nèfèsj” niet een onderdeel van de mens zoals dat bijvoorbeeld in de Nederlandse taal wèl tot uitdrukking komt: “met hart en ziel”. Alsof hart en ziel los van elkaar staan. Hart en ziel vormen juist een eenheid. De ziel staat niet apart van het lichaam. Nèfèsj is alles wat ik ben en doe. Dus ook alles wat ik voel. De mens heeft geen ziel maar is een ziel. Als je op je ziel getrapt wordt, dan voel je dat in alles. Het raakt me in het diepst van mijn ziel: dan is dat niet alleen ergens in een hoekje van mijn hoofd. Mijn hele persoon is erbij betrokken, het doet pijn in mijn buik. Als we naar Genesis 2: 7 kijken, lezen we dat God de Heer de mens de levensadem in zijn neus blies, en zo werd de mens tot een levende ziel (nèfèsj). De mens kreeg geen ziel, hij werd een levende ziel. Een levend wezen. Als Maria uitroept: Mijn ziel maakt groot de Heer en mijn geest heeft zich verblijd over God, mijn Heiland (Luc.1: 47), dan zal haar gezicht gestraald hebben, en niet alleen haar gezicht, haartenen krulden vast ook van blijdschap!

Ik vind het mooi hoe de Bijbelschrijvers ons terug brengen naar de essentie: de mens, een uniek wezen, levend van uit zijn/haar nèfèsj, dus met alles wat in je is, in ontmoeting, om zo tot je kern gebracht te worden.


Noem mij bij mijn naam


Ruth van der Waall-Schaeffer

Pasen is geen licht dat “los verkrijgbaar” is. Je kunt niet opeens Pasen gaan vieren. Er gaat een voorbereidingstijd aan vooraf, namelijk de Veertigdagentijd. Op het moment dat ik dit schrijf, zitten we daar middenin. In de Veertigdagentijd –die op Aswoensdag begint en tot Pasen duurt, waarbij de zondagen niet meegerekend worden –wordt het steeds donkerder om Jezus heen. De dreiging beklemmender en uiteindelijk, op Goede Vrijdag, wordt het midden op de dag stikdonker (Matteüs 27: 45). Jezus wordt ter dood gebracht. Maar door het donker heen wordt een spoor van licht getrokken: de duisternis van de dood, van het onrecht, van de liefdeloosheid, zal niet het laatste woord hebben. Niet de nacht, maar de mórgen heeft het voor het zeggen. In de paasnacht wordtin de kerken, als symbool voor de overwinning van het licht, de paaskaars ontstoken (op Goede Vrijdag is deze gedoofd) en dan zingt men “Licht van Christus”. Vanuit het donker mogen we ons oriënteren –daar zit het woord “oriënt” in , het oosten, dààr waar het licht wordt door de opgaande zon –op dat veelbetekenende vlammetje. De theoloog Edward Schillebeeckx (†2009) zei een keer: “Het licht van Christus brandt alleen met de olie van ons leven.”

Het geloof in de opstanding van Jezus wordt niet enkel doorgegeven door verhalen over een leeg graf, over engelen, of zelfs door de verschijning van Jezus. Maar dat geloof ontstaat door “aangesproken worden”, door “bij je naam geroepen worden”, zoals dat bij Maria Magdalena gebeurde. Een stem die zegt: “Jij, jij staat in het licht dat de duisternis overwint.” Dan maken wij elkaar tot “Licht van Christus” en leren we het samen opnemen tegen de machten die steeds weer voor verduistering zorgen, in onszelf en in onze samenleving.Op eerste Paasdag steken we in onze kerk de nieuwe paaskaars aan: we worden aangeraakt door het Licht, geroepen bij onze naam, en door de olie van ons leven mogen we het paaslicht aan elkaar doorgeven.


Ruimte voor God


Ruth van der Waall-Schaeffer

“God is terug”, lees ik in een Nederlandse nieuwsbrief van een kloosterorde die ik in mijn mailbox ontvang. God is terug, ook al lopen kerken leeg en moeten deze soms sluiten. God is terug… Ik weet niet goed wat ik hiervan moet denken, of ik er blij mee moet zijn. Ik zou eerst willen weten: wat betekent het dat God terug is? God binnen handbereik… als het ons uitkomt. Soms hoor ik de naam “God”en dan denk ik: over wie hebben ze het? Ik hoor zo vaak het woord “God”: in de politiek, uit de mond van president Trump, “God bless America”, “with God on our side”,zoals Bob Dylan ooit zong. Enerzijds is God in onze moderne samenleving naar de zijlijn geschoven, anderzijds blijkt Hij weer een prominente plek te krijgen. God is terug. Terug in het midden van ons doen en laten. Ikben huiverig dat er van God weer een beeld wordt gemaakt, gemodelleerd door mensenhanden. In een godsbeeld kun je over hem beschikken, hij is verplaatsbaar en je zet hem neer waar hij –jou of de maatschappij –het beste uitkomt.

In een opera over Mozes en Aäron, gecomponeerd door Arnold Schönberg, prààt Mozes en hij zingt niet. Dat is opmerkelijk. De joodse componist heeft dat expres gedaan: Mozes maakt geen beeld van God, zelfs geen gezongen beeld. De componist wilde uitdrukking geven aan de eeuwenoude intuïtie dat van God geen beeld kan èn mag gemaakt worden. De wortels van deze intuïtie liggen in de ervaring van de Uittocht uit Egypte en in de “richtlijnen tot echt leven”, de 10 geboden (Exodus 20).

Mag je je God dan niet voorstellen? Natuurlijk wel, ook in de Bijbel wordt op een mensvormige manier over God gesproken. Waar het om gaat is, dat je als mens/als volk niet mag invullen waar God voor staat; Hem geen “beeld”opdrukken naar eigen behoefte of ter rechtvaardiging voor je argumenten. Dan span je God voor je karretje, voor je politieke programma, voor je aanslag, enz. Dat is gevaarlijk en dodelijk, ook voor God. Want een gemanipuleerde God is geen God. Je weet immers dan niet meer wat je aan Hem hebt. Hij wordt apathisch gemaakt, d.w.z.levenloos, zonder gevoel, ver weg. Het lijkt een paradox, maar God is meer bij ons als we géén beeld van hem maken, hem niet binnen handbereik hebben en in onze mond nemen. God is geen beeld, maar een NAAM. Zijn naam is “Ik ben”, ik zal er zijn. Noch over Gods beeld noch over zijn naam kunnen we beschikken. Dat valt niet mee, want we hebben graag alles onder controle. Het lijkt alsof we met lege handen staan. Maar misschien hebben we juist méér als we gewoonGod God laten zijn. Hem niet te snel overal bij halen, niet in acties, niet in verklaringen en zelfs met terughoudendheid in onze gebeden.

10 maart is de eerste zondag in de Veertigdagentijd, we gaan op weg naar Pasen, op weg naar ruimte. Pasen geeft levensruimte. Op weg gaan maar zeker ook stil en open staan zodat de Levende de ruimtekrijgt naar ons toe te komen, terug te komen, en wij zijn Naam kunnen horen.


Overdenking


Ruth van der Waall-Schaeffer

VERGETEN

Oud en Nieuw…de jaarwisseling, een pas op de plaats. Enerzijds terugblikken op het voorbije jaar en anderzijds is er een nieuw begin. Zo wordt vaak de start van een nieuw kalenderjaar gezien. Het nieuwe jaar ligt als een onbeschreven blad voor je. Natuurlijk staan er in agenda’s al een tijdje afspraken, verjaardagen, wellicht vakanties genoteerd, maar dat zijn neutrale, zakelijke woorden. Want hoe die vakantie, of die afspraak er inhoudelijk uit gaat zien, welke kleur die gaat krijgen, dat weten we nog niet. Het is een verrassingspakket. Gebeurtenissen krijgen pas naderhand als je er weer aan terugdenkt een klank, een kleur.

Er aan terugdenkt…terugdenken is een functie van het geheugen.

Er bestaat geen ander geluk dan dat van de herinnering, dan dat van het opwekken, levend maken, en veroveren van de voorbije en verloren tijd, zegt Marcel Proust in ‘Á la recherche du temps perdu’. En soms borrelt het lied van Herman van Veen in mij op: ‘Een mooie herinnering, iets waarvan je houdt, neem je overal mee naar toe, neem je mee in je geheugen.’

De gedachte dat je je steeds minder kunt herinneren of op een gegeven moment zelfs niets meer, lijkt mij afschuwelijk. Ik spreek hier niet over dingen die zeer verwondend zijn geweest en die je diep weggestopt hebt of liever wilt vergeten.

In één van mijn vroegere werkkringen had ik o.a.te maken met mensen die de ziekte Alzheimer, dementie hadden. Een terugkerende vraag was: ‘Hoe verder te leven, hoe gaan je naasten er mee om?’ In een boek over de beleving van dementie las ik deze ontroerende zinnen tussen een echtpaar: “En als we elkaar nu vergeten?” vraag ik. “Jij mij of andersom, ik jou?” Het (sociale) leven dat je leidt glipt langzaam maar zeker tussen je vingers weg. Het spook van het vergeten waart door het huis en zit je niet meer achter het stuur van je leven, maar verhuis je naar de achterbank, schreef Bert Keizer recent in dagblad ‘Trouw’.

Als je weet dat je de ziekte ‘Alzheimer’ hebt of drager bent van het gen, ga je heel bewust in het nu leven. Je probeert nu te genieten, nu de dingen te doen waar je goed in bent of waar je van houdt. Je weet dat uitstelgedrag in zekere zin ‘gestraft’ wordt. Natuurlijk is er eerst de moeilijke fase van aanvaarding. Maar daarna is het belangrijk zo lang mogelijk, in verband met je gevoel van eigenwaarde, de regie over je leven te houden, met hulp van naasten.

Het is wijs stil te staan bij wat je hebt en (nog) kunt en dat dit absoluut niet aan een zekere leeftijd gebonden is. Daarom is het wellicht niet gek om aan het begin van een nieuw jaar alleen of met anderen herinneringen op te halen, ‘ hoe heb ik het afgelopen jaar beleefd.’

Immers je tweede leven begint wanneer je begrijpt dat je er slechts één hebt…Lief het leven.


Overdenking


Ruth van der Waall-Schaeffer

DEMAIN JE RECOMMENCE

Een vader gaat met zijn zoontje naar de dierentuin. Daar komen ze voor een heel grote kooi waar olifanten staan. Bij de kooi hangt een bordje: deze olifant is 95 jaar oud. Het jongetje zegt ‘Maar wat heeft hij die 95 jaar gedààn?’ Want dat is het belangrijkste. Wat heb je gedaan!

Een nieuw jaar is, overal en bij iedereen, een tijdstip van gewicht. Het maakt niet uit of het nu een nieuw schooljaar is, een begin van een nieuw kerkelijk seizoen, of als je aan een nieuw levensjaar begint, het is een markeringspunt. Misschien herkent u de behoefte even stil te staan en rond te zien. Dat deden we ook op de zondag van de rentrée op de boerderij van Albert Koning: wat heeft de gemeente gedaan het afgelopen jaar, wat niet, hoe staan de financiën ervoor, en hoe overleven we met of zonder dominee. Een jaar, het is weinig en het is veel. Er is gelachen, gehuild, verlangd, gestampvoet, hoeveel keer had je een bonzend hart omdat je iets moest zeggen waar je tegenop zag.. hoe vaak heb je wakker gelegen… Tijd van terug zien: wat hebben we gedaan… en tijd van vooruitzien… wat gaan we doen!

“Demain je recommence”, zingt de Franse zanger Guy Béart. “Morgen begin ik opnieuw.” Voor de ERN Parijs staat een nieuw kerkelijk jaar voor de deur. En of we nu protestants of katholiek zijn, of dat we niet precies weten of en hoe we geloven, de vraag die op ons toekomt is dezelfde: wat kan ik als echt mens doen voor medemensen, voor de schepping…hoe kunnen we ontdekken wat wezenlijk is in het leven van alle dag? Pasklare antwoorden zijn er niet te geven. Leven, proberen te geloven is iets van ons samen, is een relationeel gebeuren. Elkaar vragen stellen ‘ hoe doe jij dit, hoe vind jij vertrouwen, hoe lukt het jou om elke dag weer uit je bed te komen? Bij proberen te geloven gaat het vooral om hoe en minder om wat. Hoe sta je in het leven… Elkaar vragen stellen èn elkaar verhalen vertellen. Ook die vanuit de Bijbel. Om ons aan te spiegelen. Want het zijn levens van mensen zoals u en ik. Het is eigenlijk gewoon mooi dat we samen in verbondenheid een nieuwe bladzijde mogen gaan vullen.